vrijdag 11 april 2008

Nepal: hemel en hel






Ruim vier jaar geleden liep ik de trekking naar Everest Base Camp en was zo onder de indruk van de landschappen dat ik sindsdien altijd van plan ben geweest om nog eens terug te gaan naar 'where the streets have no name'. Bij Onno stond Nepal ook al een tijd hoog op zijn 'reisverlanglijst' en Rick heeft al een aantal trekkings in Oost Europa achter de rug. Het besluit om naar Nepal te gaan was een stuk makkelijker genomen dan dat de tickets geboekt waren. Uiteindelijk lukte het gelukkig om vluchten vast te leggen op 24 maart en 7 april, wat ons de gelegenheid gaf om een trekking van anderhalve week te doen. Het werd Annapurna Circuit, de meest uitgebreide trekking in het meest populaire gebied, waarbij je rond een groep bergen van zo'n 8.000 meter hoogte loopt en een pas van 5.400 meter over moet.

Bij zo'n trekking leef je altijd in uitersten: hemel en hel. Het lopen onder een lekker zonnetje in de mooiste natuur die deze aarde te bieden heeft is een onvergetelijke ervaring. Je moet er echter wel wat voor over hebben: zware beklimmingen in de ijle lucht, steenkoude hotelletjes (lodges) zonder warme douche, dagenlang dezelfde kleren aan. Je bent van tevoren nooit zeker hoe het weer zal zijn en of je last zal hebben van fysieke ongemakken. De beruchte hoogteziekte is dagelijks onderwerp van gesprek en ik verbaas me steeds weer hoe trekkers elkaar angst aanpraten als het over dit onderwerp gaat.

We nemen vanuit Kathmandu de bus, beginnen onze trek op 840 meter en leggen de eerste dagen veel meters af. Na een paar dagen gaan we door de 3.000 meter grens en dat betekent dat je voorzichtig verder moet stijgen in verband met ... de hoogteziekte. Onder de 2.000 meter was het overdag bloedheet en ik ben blij met de aangenamere wandeltemperatuur nu we wat hoger zitten. Al snel verandert het weer. Overdag nog steeds heerlijk (zoals gebruikelijk in deze tijd van het jaar), 's avonds echter regelmatig sneeuwbuien. Niet erg en misschien zelfs een voordeel (elk nadeel schijnt er minstens een te hebben) omdat de sneeuw voor fantastische aanblikken van de bergen zorgt. Het is echter wel koud voor de tijd van het jaar en je ziet dat veel mensen er qua kleding niet op gerekend hebben. In de lodges is het kou lijden, maar we hebben veel lol met andere reizigers en gaan steeds vroeg slapen. Ondertussen worden de landschappen steeds spectaculairder en ziet het er steeds weer heel anders uit.

Na 8 dagen wordt het tijd voor de 'koninginnerit' over de pas van 5.400 meter. De uitzichten zijn ongelofelijk en conditioneel gaat het me goed af. Mijn knie is genoeg hersteld. Ik had echter niet gerekend op de uitbundige sneeuwval en heb dan ook geen zonnebril bij me. De droge lucht op deze hoogte en de weerkaatsing van het licht door de sneeuw op deze zonnige dag doen me de das om. Ik wist niet precies wat sneeuwblindheid was, maar ik zal het nooit meer vergeten. Je ogen verbranden door het zonlicht op vergelijkbare wijze als je huid. Ik kon totaal geen licht verdragen en mijn ogen dicht houden deed ook veel pijn. Blijkbaar had ik een hele erge gradatie te pakken, want ondanks dat mij van verschillende kanten werd verzekerd dat het na 24 uur over zou zijn, was pas na ruim 72 uur het zicht weer een beetje normaal en verdween mijn vrees voor blijvend letsel (als sneeuw voor de zon, haha).

De sneeuwblindheid ligt nog vers in het geheugen, maar gelukkig beginnen de positieve momenten al weer te overheersen. De mooiste bergen van de wereld vind je in Nepal en ik ben blij dat ik dit samen met de broers Van Paridon heb kunnen doen. Echt ongelofelijk wat we allemaal gezien hebben. Niet alleen de natuur maar ook de mensen zijn fascinerend in de bergen. Je ziet de hele dag mannen en vrouwen van alle leeftijden allerlei goederen van dorp naar dorp sjouwen. Sterke porters dragen to 60 kilo (!!!) op hun rug. Tegen de kou die na zonsondergang de kop op steekt zijn ze nauwelijks gewapend: weinig elektriciteit en kleding. Hun leven is zo zwaar dat wij westerlingen het nauwelijks voor kunnen stellen, en toch zijn ze vrolijk, vriendelijk en goudeerlijk. Een ervaring als deze vind je volgens mij nergens anders ter wereld.

Het is een bewogen tijd voor de Nepalezen omdat de verkiezingen van 10 april voor de deur stonden, voor het eerst sinds 1999, en ze nu nog weken op de uitslag moeten wachten. Het is de bedoeling dat er na de verkiezingen een grondwet gemaakt wordt en de spanning tussen Maoisten, Socialisten en Democraten is om te snijden. Demonstraties, blokkades en zelfs aanslagen zijn aan de orde van de dag. Ik hoop dat Nepal (een van de armste landen ter wereld) in rustig vaarwater komt en wat meer welvaart op kan bouwen. Een betere infrastructuur in de bergen zou een goed begin zijn. Met meer elektriciteit en wegen zou het leven van deze mensen er een stuk aangenamer op worden. De meeste trekkers hopen dat het zo blijft omdat het zo leuk is om door heen te wandelen. Nogal egoistisch als je het mij vraagt. Ik zou graag een stukje van de authenticiteit inleveren als deze mensen een beter leven kunnen leiden. Bovendien zou ik er geen bezwaar tegen hebben om in verwarmde lodges te slapen. Een beetje minder hel in ruil voor ietsje minder hemel vind ik als erkend koukleum niet erg.

De foto's zijn van Rick, want mijn gloednieuwe camera en mijn telefoon zijn op de terugreis door vliegtuigpersoneel uit mijn backpack gestolen. Daar baal ik echt onvoorstelbaar van. Blijkbaar zijn de Nepalezen toch niet allemaal zo goudeerlijk...

Vakantie Thailand: sabai, sabai






Sabai, sabai betekent zoiets als 'relaxed' of 'rustig aan' en is het levensmotto waar de Thaien bekend om staan en geliefd om zijn. Hoog tijd om deze eeuwenoude traditie zelf eens in de praktijk te brengen. Op 1 maart arriveerden Onno en Eline na een reis van ruim 6 maanden door Zuid-Amerika, Antartica, Nieuw-Zeeland en Australie. Eline moest na een paar dagen naar Nederland omdat ze weer moest werken. Onno kon er nog een paar weken aan vastplakken. Zijn broer Rick kwam op 6 maart aan en met z'n drieen hebben we vakantie gehouden in Thailand en Nepal.

Eerst stond Kanchanaburi op het programma, een plaats die een paar honderd kilometer ten noordwesten van Bangkok ligt en vooral bekend is van The Bridge Over The River Kwai (wie kent hem niet?). Lekker relaxed stadje. Behalve de 'verplichte' brug hebben we ook nog een mooie waterval bekeken en hebben we een boottocht gedaan over de Kwai. Hoogtepunt was de avond op een eenvoudige woonboot (een hut op het water met 3 matrassen erin), met een paar biertjes en de iPod in de speaker (Down By The River van Neil Young kwam er goed tot zijn recht). Soms heeft een mens maar weinig nodig om gelukkig te zijn...

Bij terugkomst in Bangkok op zondag 9 maart moest ik eerst mijn voetbalteam bijstaan in de degradatiestrijd. Onze concurrent German All Stars (in die foeilelijke shirts van Die Manschaft) had wat versterkingen uit de Thaise profliga opgetrommeld. Na een sterke eerste en een chaotische tweede helft, konden we ze op 1-1 houden, waardoor we ze voorbleven op de ranglijst. Tijdens het schrijven van dit stukje is inmiddels bekend dat zij gedegradeerd zijn en wij gehandhaafd (schade Deutschland alles ist vorbei). Daarna snel het vliegtuig naar Chiang Mai halen. Dit is de voornaamste trekpleister van het noorden, waar ik al een paar keer eerder geweest was, met name om motor te rijden in de bergen. Het is een redelijk grote stad, met de uitstraling en relatieve rust van een dorp. Hier geen hoogbouw zoals in Bangkok. Met z'n drieen hebben we een paar dagen lang Chiang Mai en omgeving bekeken middels fietsen en scooters.

Middels onze favoriete Thaise budget airline hebben we ons vervolgens verplaatst naar Koh Phangang. Ik had inmiddels al wat eilanden bezocht, maar dit was toch nog beter dan de eerdere ervaringen. Als je de drukte ontvlucht merk je dat er zat rustige, prachtige stranden zijn met heerlijke bungalows en een authentieke sfeer. Eten is in vrijwel ieder restaurant een feest en de prijzen wekken een glimlach op. Enige smet op de bijna een week durende feestvreugde was dat mijn brommer spontaan afsloeg tijdens een afdaling op een pad dat uit losliggend steen bestond. De controle verliezend besloot ik er maar af te springen. Ik kwam weliswaar op mijn voeten terecht, maar raakte tijdens de sprong wel een scherpe rots. Niet alleen de wond moest gehecht worden, maar ook een spier net onder mijn linkerknie (vraag me niet waarom, maar op de een of andere manier verzamel ik al mijn littekens daar). Ondanks dat de dollartekens zijn gezichtsvermogen belemmerd moeten hebben, leverde de dokter keurig werk af. De assistente excuseerde zich beschaamd voor de gepeperde rekening van 100 euro. Erger vond ik dat hiermee een race tegen de klok begon om fit genoeg te worden voor de trekking in Nepal.
De trip door Thailand werd afgesloten met een paar dagen op Koh Tao, een eiland ten noorden van Koh Phangang dat al even mooi is en veel duikers trekt. Op de 22e waren we weer terug in Bangkok. Nog effe snel een nieuwe camera gekocht en net genoeg hersteld om de bergen van Nepal in te kunnen.

Toelichting bij de foto's (van boven naar beneden):
1. Onno en ik onder de waterval bij Kanchanaburi.
2. Proost in Chiang Mai.
3. Op de (klote)motortjes op Koh Phangang.
4. Koh Tao bij dag.
5. Koh Tao bij zonsondergang.
Niet slecht toch? (Foto's aanklikken om ze in volle glorie te kunnen aanschouwen.)

donderdag 6 maart 2008

Sweet Child Of Mine

Onno en Eline besloten hun gezamenlijke wereldreis in Bangkok. Met Onno heb ik een geweldig business plan bedacht: het filmen en vervolgens chanteren van getrouwde zakenmannen die hier de bloemetjes buiten zetten. Ons eerste project belooft een groot financieel en artsitiek succes te worden. Daarnaast denken we ook een wetenschappelijk bijdrage te leveren met deze uitgebreide close up beelden van de parendans van een authentieke Homo Touristus Coitus. Peter R. de Vries kan aan deze undercover opnamen een puntje zuigen en de film van Wilders verdwijnt hierbij van de voorpagina's. Veel kijkplezier...

woensdag 27 februari 2008

Wonen



Inmiddels verblijf ik alweer bijna vier maanden in deze wereldstad. Ik heb het uitstekend naar mijn zin en als het met de inkomsten in orde komt, blijf ik hier voorlopig. Toen ik hier kwam wilde ik snel een appartement huren. Lang in een hotel zitten is zonde, dacht ik. Helaas worden de woningsites hier vooral bevolkt door de duurdere appartementen. Voor goedkopere woonruimte moet je de weg kennen. Zover was ik in november natuurlijk nog niet en na twee weken besloot ik de kamer te nemen die van alle kamers die ik bekeken had duidelijk de beste prijs/kwaliteit verhouding had.

Het appartement bevindt zich in het centrum, op een steenworp afstand van een groep bars. Een deel van deze gelegenheden verschaft werk aan de beroemde en beruchte bargirls, die de mannen naar binnen moeten lokken. In het begin dacht ik: ach, is leuk om een beetje te kunnen poolen en een biertje te drinken. De Heinekens staan koud, de bands zijn goed, de dames best leuk en meestal kom je wel een kerel tegen waar je gezellig een biertje mee kunt drinken. Zo was het in het begin ook en het was dan ook best goed toeven. Maar na een tijdje ga je de dingen toch anders zien. Met de Heinekens en de bands is nog steeds niets mis. Dat de bargirls je geen blik waardig achten als ze merken dat je toch niets te drinken voor ze koopt, vind ik prima. Voor een drankje voor zo'n meid ('ladydrink') betaal je meer dan voor je eigen drankje. Waarschijnlijk vanuit de gedachte dat je er een prettig gesprek bij krijgt. Maar ja, hoe prettig is het om een standaard ondervraging af te moeten werken (where you from? where you go? where you stay? etc...), die stevast eindigt met een zowel hoopvol als dwingend: you buy me drink? Kan ik allemaal hebben en begrijpen. Ik ben helemaal chill, man.

Waar ik wel steeds meer moeite mee krijg is de sterke oververtegenwoordiging van westerse mannen uit de lage sociale klasse. Deze elementen die in hun eigen land ongetwijfeld als minkukel te boek staan en hier een beetje de held uit komen hangen, verschaffen de straat een bedenkelijke uitstraling. Ik gun iedereen zijn pleziertje maar ga er niet bij staan alsof je Bratt Pitt bent die zojuist even de zoveelste beroemde actrice aan zijn zegekar gebonden heeft, terwijl je walgelijke persoonlijkheid slechts getolereerd wordt omdat je geld op zak hebt.
Mezelf niet meer begeven in de genoemde etablissementen blijkt niet afdoende om de snel stijgende irritatie te temmen. Als ik overdag naar de skytrain loop, kom ik er namelijk ook langs. En daar zitten ze dan, de heren die de hele dag bier moeten drinken om hun bierbuiken in stand te houden (voor je het weet, zweet je het eraf hier...dat zou zonde zijn). Eind van de ochtend nemen ze plaats op hun barkruk, hun grote trots (de bierbuik dus) accentuerend met overhemden die waarschijnlijk ontworpen zijn in een sociale werkplaats voor kleurenblinde zwakzinnigen. Grappen makend waar waarschijnlijk nergens in de wereld om gelachen wordt, behalve in deze bars in Soi 4.

Wel prettig om mijn irritaties een beetje van me af te schrijven, maar waar ik heen wil is dat mijn verblijf in Bangkok nog prettiger zou zijn als ik in een leukere buurt zou wonen. Ik heb een huurcontract tot 18 mei. Dus nog bijna 3 maanden. Gelukkig ga ik straks met Onno van P en zijn broer Rick op stap. Onno komt zaterdag 1 maart aan met Eline, na 5 maanden reizen. Eline moet 5 maart terug. Onno, Rick en ik gaan eerst een paar weken in Thailand relaxen en vertrekken op 24 maart naar Nepal om een trekking te doen (Annapurna circuit). Op 7 april zijn we weer terug en vliegen de heren naar koudere oorden (oftewel: Nederland). Vanaf dat moment zit ik dus nog ruim een maand in mijn huidige appartement. Dat is wel te overzien. Heb ik nog mooi de tijd om iets anders te zoeken. Ik heb mijn zinnen al gezet op een gebied dat een paar skytrain haltes verder ligt (voor de kenners: van Thong Lor tot On Nut). Ik wil nog wel dicht bij het centrum wonen, maar in een rustigere straat met minder toeristen. Het fijne van Bangkok is dat als je vanaf de drukste straten een zijstraatje inloopt, je binnen twee minuten rust gevonden hebt. Een maatje uit mijn voetbalteam weet een goede makelaar en er is aanbod zat, dus ik ga ervan uit dat het wel lukt om iets goed te vinden.

Zie hieronder nog gelijktijdige berichten over werk en mijn gezondheid. Hiernaast foto's van mijn team en van een tropisch buitje.

Chiropractor


De afgelopen vier weken ben ik veel tijd kwijt aan de chiropractor. Sinds ik begon met werken, zo'n 9 jaar geleden, heb ik langzaam aan steeds meer last van mijn nek gekregen, ongetwijfeld door de computer. Ik ben hier eens naar een chiropractor gestapt, een gemoedelijke Amerikaan op leeftijd. Na een onderzoek en rontgen foto's was zijn oordeel dat het niet dramatisch gesteld is met mijn nek en rug, maar dat er wel het een en ander te corrigeren valt. Omdat ik er zo lang mee loop, is er wel een behandelingetje of 20 nodig om de klachten te verhelpen. Ook hier blijkt, net als in het ziekenhuis, weer de commerciele inslag van de Thaise medische sector: hoe meer behandelingen je van tevoren afneemt hoe hoger de korting. Dus gelijk maar een 'strippenkaart' van 20 behandelingen genomen, wat toch mooi 25% korting oplevert!

Na twee behandelingen was me al duidelijk dat ik het verkeerde beroep gekozen heb. Wat een luizenbaantje! Als ik binnenkom word ik eerst door een jonge (ongetwijfeld goedkope) assistente met mijn buik op de behandelbank gedirigeerd. Trouwens grappig dat ze na acht behandelingen nog steeds vertelt dat ik op mijn buik op dat ding moet gaan liggen en vervolgens precies vertelt wat er gaat gebeuren. Is typisch Thais, je taken exact zo uitvoeren zoals het je geleerd is, zonder daar een milimeter vanaf te wijken. Nadenken en eigen initiatief is er bij die lieve mensen niet bij. Het komt dus niet in haar op dat ik na een paar keer zelf wel kan bedenken wat er gaat gebeuren. Ik vrees dan ook dat ik bij behandeling nummer 20 wederom te horen krijg: 'Please lay down, sir'. Gevolgd door: 'Excuse me, sir. I will put hot pack on your back. Please relax your body for 10 minutes'. Exact 10 minuten later: 'Excuse me, sir. I will put cold gel on your back now. Please relax your body for more 5 minutes'. Na deze 15 minuten durende ceremonie, verschijnt dokter Fred ten tonele. Na een grap en een grol (leuke vent) kraakt hij binnen 2 minuten mijn nek en mijn rug, vertelt mij wanneer ik terug moet komen en verdwijnt weer achter het gordijn om bij de volgende patient de kop van zijn romp te trekken. Redelijk makkelijk verdient die 25 euro, vind ik.

Na de eerste behandelingen kreeg ik alleen maar meer pijn in mijn ruggewervel. Lekker, denk ik, heb ik net 20 behandelingen bij die vrolijke snuiter gekocht. Toch maar geduld getoond en jawel, na een paar weken voel ik me al veel beter en is de pijn in mijn nek al bijna weg. Blijkbaar moest mijn wervelkolom even wennen aan de correcties. Het zou heerlijk zijn als ik voortaan met wat onderhoudsbeurten mijn nek in het gareel kan houden. Een paar dagen geleden heb ik nog wel een spier in mijn nek verrekt, maar ook dat plaats ik maar in de rubriek gewenningsverschijnselen. Degenen die mij goed kennen zal het niet verbazen dat ik dit lichte ongemak gepromoveerd heb tot pijnlijke blessure door toch te gaan voetballen. Tja, een oefenpotje om niks tegen een zooitje malloten kan je natuurlijk niet laten lopen. Ik leer het ook nooit!

Tot zover de terugkerende medische rubriek (met foto van Dr. Frederick Borchers). Hopelijk voorlopig even niet.

School en werk

Nog een paar dagen en dan zit niveau 2 van de Thaise les erop. Ik heb dan 120 uur les achter de kiezen. Mijn vaardigheden vorderen gestaag, maar het wordt ook steeds moeilijker om alle woorden te onthouden. Het lijkt allemaal zoveel op elkaar. Na een maandje reizen pak ik straks in april de draad weer op met niveau 3.

De inburgeringscursus komt nog niet echt van de grond. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste staat onze site laag in de Google resultaten Dit komt weer doordat we geen links hebben op andere sites. Daarnaast zijn we niet goedkoper dan anderen die al meer ervaring hebben. Omdat we met z'n tweeen zijn, hebben we weinig ruimte om de prijs te laten zakken. Als ik begin april terug ben van mijn vakantie ga ik denk ik in mijn eentje verder, met een lager tarief. Ik ben inmiddels met mijn Thais dusdanig ver dat ik ons lesmateriaal in het Thais kan uitleggen. Daarnaast zal ik dan wat investeren in webadvertenties en links om klanten te werven. Ik heb niet veel klanten nodig om ervan te kunnen leven, dus ik zie er nog steeds brood in.

In mijn vorige bericht meldde ik al dat ik gevraagd ben om een boksschool te helpen (thaiboksen heet hier Muay Thai, uit te spreken als Moeai Thai). Anderhalve week geleden ben ik bij die mensen langs geweest, het klikte goed. Julie fungeert als tolk tussen mij en haar familie, want ze spreken vrijwel geen woord Engels. We zijn naar de plek gegaan waar momenteel een nieuwe Muay Thai school gebouwd wordt, inclusief wat vertrekken voor (buitenlandse) gasten. Er staat al wat materiaal om te trainen maar verder moet alles nog gebouwd worden. Moeilijk dus om een voorstelling te maken hoe het er straks uit zal zien. Ik kreeg wat foto's te zien van een andere school, met de mededeling dat de nieuwe school er ongeveer hetzelfde uit zal zien. Het was zondag en helaas hebben de cracks dan hun rustdag. Op zondag is het de beurt aan de aanstormende talenten, een groep jongetjes van 6 tot 12 jaar, schat ik. Mooi om te zien hoe gedisciplineerd die ventjes al zijn. Dat kun je in Nederland wel vergeten. Ik moest wel even fronzen toen ze naar een ventje van hooguit 8 jaar wezen en lachend vertelden dat hij zijn eerste knock out al te pakken heeft. Die mannetjes gaan op zeer jonge leeftijd al de ring in voor echte wedstrijden. Voor jongens uit de lagere sociale klassen is deze sport DE manier om iets te bereiken in het leven en dan moet je jong starten en keihard werken. Lijkt mij niet helemaal gezond en blijkbaar denkt de vader van Julie er ook zo over. Haar broer Natte was een groot talent, maar zijn vader verbood hem om een carriere na te jagen omdat hij bang was dat zijn hersenen eronder zouden leiden. Natte heeft zich nu opgewerkt tot een van de beste promotors en gaat mij de komende tijd wegwijs maken in de wereld van Muay Thai. Hele aardige gozer, maar dat hij geen Engels spreekt zie ik wel als een obstakel. We zien wel hoe het gaat. Ik kan in ieder geval mijn Thais volop oefenen bij dit gezelschap.

De familie van Julie heeft geen goede ervaringen met een Franse trainer die zijn leerlingen in het verleden bij hun liet trainen. Hij regelde de dingen slecht en scheepte de familie af met een fooi. Ze hebben door het verblijf van de Franse boksers wel het gevoel gekregen dat er geld te verdienen is aan het trainen van buitenlanders ('falang') en willen graag met mij samenwerken.
Inmiddels heb ik een uitgebreide zoektocht op internet gedaan en heb ik de concurrentie in kaart gebracht. Er zijn een stuk of 15 Muay Thai scholen die zich op buitenlanders richten. Het merendeel bevindt zich in en rond strandoord Phuket. Het strandleven en de luxe accomodaties kunnen wij niet bieden. De oom van Julie is echter een van de bekendste boxers in Thailand, die geroemd werd om zijn geweldige techniek. Daarnaast kan het feit dat ze nauwelijks buitenlandse boksers gehad hebben een voordeel zijn. Ik wil het kamp positioneren als een traditionele Muay Thai school waar men nog de echte Muay Thai cultuur vindt en men les krijgt van een van de beste trainers in het vak. Daarnaast is Bangkok de bakermat van deze sport, met de belangrijkste stadions.
Op dit moment ben ik bezig om een website te maken. Vervolgens zal ik buitenlandse boksscholen gaan benaderen en andere initiatieven ondernemen om klanten te werven. Als we er gemiddeld drie hebben, levert me dat een paar honderd euro in de maand op. Het kan dus de moeite waard worden om dit op te zetten.

Na de vakantie in maart en begin april zet ik dus in op een combinatie van Nederlandse les en de boksschool. Daarnaast ga ik verder kijken of ik in het bedrijfsleven iets kan doen met mijn marktonderzoek ervaring. De meeste bedrijven hebben een sterke voorkeur voor Thais personeel. Ik heb op dit moment wel prille contacten bij twee bedrijven. Wie weet...

maandag 4 februari 2008

Thaise les, Thaiboksen en Emmaka

Het is al bijna vier weken na mijn vorige bericht. Ik leef nog steeds en ben nog op vrije voeten. Inmiddels ben ik weer helemaal hersteld en voel me als een jonge god. Eind december / begin januari was geen beste periode, maar dat ligt gelukkig achter me.

De afgelopen vier weken heb ik drie uur per dag Thaise les gehad en ik kan zeggen dat het me vrij behoorlijk af gaat. Een gesprek tussen twee Thaise mensen volgen is echter nog teveel gevraagd. Mijn lerares had op google uitgevogeld dat Thais als op twee na moeilijkste taal te boek staat (na Chinees en Japans). De klanken lijken erg veel op elkaar en bovendien praten ze nogal rap. Waarom Thaien alleen haast lijken te hebben als ze praten weet ik niet. Niveau 1 heb ik vorige week afgesloten. De les was van 1 tot 4 uur. Dat maakt het verleidelijk om uit te slapen en dat heb ik dan ook gedaan. De consequentie is dat een dag vrij snel voorbij is. Omdat ik in februari een aantal plannen heb, ben ik vandaag aan niveau 2 begonnen in de ochtendgroep, van 9 tot 12 uur. Naast drie Japanners en een Cambodjaanse bevat de groep ook een Amerikaanse. Deze dame doet geforceerd haar best om de grappige, lelijke dikkerd uit te hangen. 'Two out of three ain't bad' zeggen de Engelsen en Meatloaf had een hit met die titel (over grappige, lelijke dikkerds gesproken). Lelijk en dik is ze zeker, grappig niet. Zo hebben we eerst collectief een paar minuten in een deuk gelegen omdat twee van de Japanners Masayuki heten. Vervolgens was het weer heel erg lachen dat de derde Japanner geen Masayuki bleek te heten. Een beetje dat niveau... Helaas doen de volgzame Japanners vrolijk mee, dus was het een dolle boel. Ik schrijf bewust 'was' want ik heb me na de eerste les direct weer over laten zetten naar de middaggroep. Nu maar hopen dat ik mijn voornemen om vroeger op te gaan staan waar kan maken.

De dame waarmee ik het plan heb om inburgeringscursussen te gaan geven is inmiddels gearriveerd. We zijn in Bangkok en in oost Thailand (Ubon Ratchathani) geweest om locaties te vinden. De website is inmiddels online. Of het een succes wordt valt nog te bezien, want de concurrentie neemt de laatste tijd sterk toe. Zodra de markt verzadigd is zullen de prijzen ongetwijfeld gaan zakken (neem dat maar van mij aan beste mensen, ik heb een doctoraal bedrijfseconomie). Ik kijk een paar weken aan hoe de belangstelling zich ontwikkelt en ga ondertussen met wat alternatieven aan de slag:

Thaibokstours. Ik geef twee keer per week een uurtje Nederlandse les aan Julie, een Thaise archeologe/antropologe die graag in Nederland wil gaan werken. Zo kan ik mooi oefenen in het les geven (gaat beter dan gedacht) en kan zij een beetje Nederlands leren. Ze heeft een oom die hier een groot Thaibokskampioen is geweest en zijn eigen boksschool in Bangkok heeft. Julie wil thaiboksvakanties voor buitenlanders opzetten en heeft mij gevraagd om te helpen. Dat lijkt mij een goed idee vanwege de wereldwijde populariteit van Thaiboksen en omdat ik op google geen vergelijkbaar aanbod kon vinden. We gaan komend weekend voor het eerst om de tafel om de ideëen op een rijtje te zetten. Wellicht groei ik uit tot de Don King van Thailand.

Handel. Een groot aantal farang (westerlingen) verdient hier geld door de markten af te struinen en goedkope kleding te verhandelen, via ebay of andere kanalen. De komende weken zal ik mijn eerste, voorzichtige schreden op dit platgetreden pad gaan zetten. Kijken of het wat op gaat leveren. Als er mensen zijn die in Nederland afzetmogelijkheden (in de correcte zin des woords) zien, zet ik graag een eentweetje op. Bedenk wel dat merkkleding hier nagenoeg even duur is als in Nederland, dus dat heeft weinig zin.

Voor de langere termijn ben ik sinds vorige week op zoek naar een echte, vaste baan. Ik heb afgelopen vrijdag mijn eerste sollicitatie verstuurd. Ik wil vanaf nu maar eens wat geld gaan verdienen, overigens niet uit financiële nood. Zoals ik eerder meldde was ik op 7 december mijn bankpas kwijtgeraakt. Pas sinds afgelopen vrijdag kan ik mijn nieuwe gebruiken. Eerst heeft de telefonische hulplijn van ABN AMRO tot twee keer toe verkeerde info gegeven over het verkrijgen van een nieuwe pas vanuit het buitenland. Vervolgens heb ik het via mijn filiaal in Leiden geprobeerd. Dat ging beter, al snel had ik een nieuwe pas. Helaas kwam de separaat verstuurde brief met de nieuwe pincode maar niet aan. Na twee weken wachten heb ik een brutale speurtocht gedaan door de postvakjes van mijn buren en daar lag de pinbrief te wachten. Natuurlijk snel via internet voor het eerst in twee maanden mijn saldo bekeken. Blijk ik zowaar minder besteed te hebben dan gedacht. Waar vind je dat nog?

Voetbal is hier nog steeds mijn favoriete tijdsbesteding. Eerder meldde ik al dat ik voor twee teams speelde. Het team dat grotendeels uit Afrikanen bestaat heb ik vorige week (voorlopig) vaarwel gezegd. Het zijn leuke, vrolijke gasten om een dolletje mee te maken, maar sommigen zijn onbetrouwbaar en qua voetbalintellect is het huilen met de pet op. Aangezien sommigen van jullie zich schijnbaar vermaakt hebben met de vorige verhalen over deze helden van de steppe, zal ik nog eens een boekje open doen. Het hele team heeft aan het begin van het seizoen gezamenlijk besloten dat ze alleen voor de Titans zouden spelen en dat het verbreken van deze regel verbanning uit het team tot gevolg heeft. Een aantal van de spelers heeft hier spijt van en wil het spelen voor de Titans erg graag combineren met het spelen in de voornaamste league, de Casual's League. Inmiddels ben ik er wel achter dat het niet in de Nigeriaanse cultuur past om open en eerlijk te zijn. Zo doen de vechtersbazen uit mij eerdere bericht gewoon of er niets aan de hand is. De volgende keer kwamen ze gewoon allebei opdraven en werd er met geen woord over gesproken. Het gebeurde wordt gewoon genegeerd (wellicht tot de volgende uitbarsting). De drie spelers die ook graag voor mijn Winking Frog willen spelen, hadden het gesprek met de coach van de Titans aan kunnen gaan om een oplossing te vinden. Ze hadden echter een 'slimmer' idee. Ze gingen met zijn drieën naar een sportzaak en kochten peperdure, afzichtelijke, rode Nike voetbalschoenen die ze zich eigenlijk niet kunnen veroorloven. Vervolgens kwamen ze met een mooi verhaal bij de Titans dat ze bij Winking Frog voetbalschoenen kregen en ook dik betaald worden en dat ze dat natuurlijk niet kunnen weigeren. Ik had geen zin om het spelletje mee te spelen en heb de manager van de Titans verklapt dat ze geen cent krijgen bij Winking Frog. Inmiddels liggen ze eruit bij de Titans.
Wat betreft het gebrekkige voetbalintellect: Emmaka/Ouzo (de heren hebben minstens twee bijnamen) spant de kroon. Hij is net Kingkong: woeste kop, enorme spierbundels, geen al te hoog IQ. Een Thaise tegenspeler ging vorig seizoen knock out na een schouderduw van Emma (echt gebeurd!). Emma kwam hier net als de meeste andere Afrikaaanse jongens met het idee om profvoetbal te spelen. Ik geloof best dat hij op het pleintje in zijn dorp de grote ster was, maar in het echte voetbal ligt het wat anders. Hij is supersnel, maar ontbeert elementaire basistechnieken en inzicht. Zelf ziet hij dat uiteraard anders. Hij gaat als spits overal waar de bal is om hem op te eisen en duikt zodoende regelmatig in het eigen strafschopgebied op (ijver kan hem niet worden ontzegd). Hij loopt mij op het middenveld constant voor de voeten dat krijgt hij van mij dan ook te horen, in steeds minder vriendelijke bewoordingen. Zijn bedroevende balaanname is steevast het startschot voor een blinde sprint waarvan iedereen zich afvraagt op welk veld die gaat eindigen. Eén ding staat echter al vast: het resultaat is balverlies. Nadat ik hem eens goed de waarheid verteld had en tevens op zijn belachelijke swalbes had aangesproken (ik schaam me als medespeler kapot), ging hij bijna door het lint. Dreigend kwam hij voor me staan, zijn vinger priemend voor mijn gezicht. 'You don't talk to me like that' herhaalde hij een stuk of vijf keer. Ik lachtte hem uit en vervolgens sprak hij met de borst naar voren en met een zo trots mogelijk gezicht: 'I AM A BIG FOOTBALLER TO YOU', wederom een aantal malen herhaald. Alsof hij Maradonna is. Mijn suggestie om eens aan Justin of Kian, onze twee weergaloze Amerikaanse profvoetballers, te vragen of zij hem ook een big footballer vinden, pareerde hij met de nog belachelijkere tekst: 'I AM A BIG FOOTBALLER TO ME'. Ik was erg benieuwd hoe hij zou reageren als ik zou zeggen dat hij voor mij slechts 'a big asshole' was, maar durfde niet te riskeren dat ik de komende weken fysiek niet in staat zou om mijn weblog bij te werken. We hebben allemaal onze lach ingehouden tot we in de auto zaten, waar ik de manager meegedeeld heb dat ik niet van dit gedrag gediend ben en pas weer beschikbaar ben als de bezem door de selectie gaat.
Genoeg over de Titans, tijd voor wat zelfverheerlijking. Bij de Winking Frog gaat het erg lekker. Heel gezellig team, behoorlijke voetballers, ik ben blij met mijn keuze en zij ook. Voodat ik kwam hadden ze 3 punten uit 8 wedstrijden. In de vijf wedstrijden dat ik mee heb gedaan zijn 8 punten behaald. Ondanks dat ik nog warm moest draaien na 2 jaar blessureleed ben ik in december door de managers tot 'player of the month' verkozen. Uit het juryrapport: 'in terms of consistent performances and his impact in bringing some stability to the side and not forgetting a goal in December, the award goes to Maarten.' Een week later werd ik op de site van de league verkozen tot man of the match na het zwaarbevochten gelijkspel tegen de aanstaande kampioen: "...but over all, Maarten took the plaudits for a disciplined, error-free, midfield holding role that exemplified the spirit of the team dealing with adversity.'
De laatste weken voetbalde ik drie tot vier keer in de week. Ik doe met Winking Frog ook regelmatig mee met 35+ toernooien van 7 tegen 7. Nu ik de Titans voorlopig links laat liggen, ga ik de tennisrackets maar weer eens oppakken.

Begin maart zullen Onno en Eline Bangkok aandoen aan het eind van hun vijfenenhalve maand durende reis. Eline moet na een paar dagen terug naar Nederland om het werk te hervatten. Onno blijft nog een tijdje en zijn broer Rick komt naar Thailand. Ze zullen eerst twee weken door Thailand reizen. Afhankelijk van mijn eventuele verplichtingen op dat moment zal ik deels of geheel met ze meegaan. Van 24 maart t/m 7 april zullen wij ons in Nepal bevinden om een dag of tien rondom Annapurna te lopen en een paar dagen Kathmandu te bekijken. Het weer schijnt in die periode ideaal te zijn, dus dat beloofd mooi te worden.

Ik heb tot nu toe bewust vermeden om over het weer te berichten. Dat vind ik toch een beetje lullig. Ik heb zelfs Damian geen mailtjes gestuurd over Feyenoord (als je nog steeds van plan bent om in april op de Coolsingel te gaan staan zou ik Patricia maar meenemen, kan je gezellig gaan winkelen). Ik zal jullie een plezier doen en melden dat ik de afgelopen week de eerste regenbuien heb meegemaakt. Vandaag was zelfs verruit de koudste dag. Bijna te fris voor korte broek en T-shirt! Onacceptabel barre omstandigheden.
Via internet volg ik het Nederlandse nieuws op de voet. De bekentenis van Joran, de film van Geert, het gepruts van de vaderlandse topvoetbalploegen, de neergang van Britney, doorgesneden kelen met carnaval, er ontgaat mij niets. Inmiddels heb ik 50 tv kanalen tot mijn beschikking, waaronder 8 sportkanalen. Ik heb de Australian Open goed kunnen volgen en van het Engelse, Spaanse en Italiaanse voetbal hoef ik niets te missen, maar ik kijk niet vaak. Qua uitgaan houd ik me redelijk rustig. Iedere zaterdagavond de kroeg in met wat maatjes uit het voetbalelftal van Winking Frog (nee, niet met Emma). Daarnaast ga ik af en toe een bandje bekijken met Graham of John. Kortom, ik vermaak me weer best hier.