maandag 8 februari 2010

Gastschrijver Ed Paparazzi

Al ruim twee jaar lang houd ik middels dit blog het thuisfront op de hoogte van mijn capriolen in den vreemde. Zolang er nog een paar mensen zijn die op van die totaal verloren momenten mijn blog eens aanklikken, ga ik er maar mee door. Hoewel je misschien denkt dat ik na twee jaar Thailand geleerd hebt om alle ambities terzijde te schuiven en me te verliezen in Buddistisch relativatievermogen, vroeg ik me laatst toch af hoe ik mijn blog naar een hoger plan zou kunnen tillen. Toen ik las dat Robert Jensen weer terug komt op tv wist ik het: Ik heb een sidekick nodig!

Wie zou dat anders moeten zijn dan mijn partner in crime, Edwin de Vries. In plaats van zelf af en toe te vermelden hoe het hem hier vergaat, heb ik hem gevraagd om als gastschrijver op te treden. Een groot deel van mijn doelgroep (ja, zo noem je dat als je het in de mediawereld ver wilt schoppen) kent Edwin redelijk tot zeer goed, dus dat leek me wel aardig. Hij hangt sinds kort de luiwammes uit op Koh Samui, dus aan vrije tijd geen gebrek. Hierbij zijn bijdrage:

Uitgenodigd worden als gastschrijver voor het informatieve, beschouwende, goed geschreven en actief gelezen blog van Maarten is een grote eer die ik niet aan me voorbij wil laten gaan. Nochtans voel ik de druk van zijn kritische, veeleisende lezerspubliek.

Voor een groot deel van het lezerspubliek zal ik als voormalig lid van de tennisclub Unicum geen onbekende zijn. Uitgerekend op de heilige tennisbodem van Unicum TC is samen met Maarten de basis gelegd voor het reizen Azie en het zoeken naar een mogelijke nieuwe habitat in den vreemde. Hieronder een relaas van het hoe en waarom.

In 2005 ben ik voor het eerst richting Azie gereisd, te weten Indonesie, waar ik destijds erg onder de indruk was van de kleuren, geuren, het levenstempo, de bevolking en het eten. Terug in Nederland vond ik in Maarten een ervaren Azie reiziger. Maarten had reeds de nodige kilometers afgelegd op Aziatisch grondgebied en met zijn boeiende verhalen wist hij me gemakkelijk te enthousiasmeren om meer landen in Azie te gaan bezoeken. Gezien onze gedeelde reislust en vrijgezellen status, besloten we in 2006 samen een reis te maken naar Cambodja en Thailand. Hierbij hebben we in beide landen een groot gedeelte van de reis per motor afgelegd, met name in Cambodja was dit avontuurlijk, gezien de erbarmelijke staat van de wegen, dan wel het totale gebrek hiervan. Geruchten doen de ronde dat Parijs – Dakar 2011 wel eens in Cambodja en Vietnam gehouden zou kunnen worden, maar wellicht dat de omstandigheden te zwaar zijn voor de deelnemers. De door ons gehuurde off road motoren bleken geen overbodige luxe en waren uitermate geschikt voor de bare omstandigheden. In het begin nog de gaten in de weg ontwijkend, kwamen we er na een kwartier achter dat je zonder problemen recht door de gaten kon rijden met snelheden van rond 50 km/u, dit zonder enige schade aan de motor toe te brengen en uitsluiting van het risico op een wandelende nier. Onze korte stops in kleine afgelegen dorpjes zorgde regelmatig voor de nodige opwinding. Niet verwonderlijk overigens, met onze knie-en armprotectie leek het of we rechtstreeks uit een foute jaren ’80 Michael Jackson clip in Cambodja waren beland. Massale danspartijen bleven echter uit, eerder verschrikte kindergezichtjes en lachende volwassenen om zoveel potsierlijk vertoon.

Na Cambodja stond Thailand op het programma. Tijdens ons verblijf aldaar hebben we het Noorden per motor bezocht gevolgd door Bangkok. Het viel me toen al op dat de Thai uitermate vriendelijk zijn, het land heeft niet voor niets het stempel “het land van de glimlach”. Daarnaast is het zonzeker, is het thaise eten goddelijk en is het er goedkoop (“ons nederlanders ben zuunig”). Maarten heeft hier uitgebreid over geschreven op zijn blog.

Thuisgekomen in Nederland ontdekte ik dat er inmiddels een onomkeerbaar denkproces was gestart waarbij de voor- en nadelen van leven in Nederland versus Thailand werden afgewogen. De in het westerse denken hoog aangeslagen maatschappelijke carriere als verondersteld pad naar een gelukkig en zeer strak gepland leven (Nederland is het land waar de meeste verzekeringspolissen worden verkocht), stonden te ver van me af om dit nog langer te ambieren. Daarnaast waren Nederland en het westen me na een verblijf van 43 jaar wel bekend en wilde ik “Change” ofwel een nieuwe omgeving, cultuur en een andere levensopvatting.

In Maarten had ik een enthousiaste bondgenoot gevonden voor het opbouwen van een mogelijk bestaan in Thailand. Begin 2007 was het besluit genomen, we zouden in oktober 2007 naar Bangkok vertrekken en daar gaan starten met het geven van inburgeringscursussen voor de overwegend thaise dames die zich in Nederland wilden vestigen met hun nederlandse vriend/echtgenoot. Het liep echter allemaal niet zoals gepland, tussen de planvorming en onze feitelijke reisdatum werd mijn hart veroverd door een turkse schone waarop ik met gemengde gevoelens besloot in Nederland te blijven. Maarten respecteerde mijn keuze, hetgeen voor hem overigens geen reden was om zijn plan te wijzigen.

De relatie bleek geen lang leven beschoren. Het idee om een mogelijk leven in Thailand op te bouwen was nimmer van mijn radar. In april 2009 nam ik ontslag en besloot om een jaar uit het arbeidsproces te stappen om te relaxen en te bepalen of Thailand geschikt is voor een langer verblijf. Inmiddels ben ik alweer 8 maanden in Thailand, waarvan ruim 7 maanden in Bangkok. Maarten als ervaringsdeskundige, met zijn 2 jaar in Thailand, bleek buiten goed gezelschap eveneens een goede gids voor het leven hier. Via hem vond ik een apartement, maakte ik na 10 jaar afwezigheid een glansrijk debuut tijdens een voetbaltoernooi en leerde ik wat verliezen is met poolen. Echter belangrijker nog is dat we Thailand allebei een interessant land vinden, waar we iedere dag weer nieuwe indrukken opdoen die ons de nodige gespreksstof verschaffen en ons het gevoel geven hier te willen blijven. Thailand is dan wel niet zo gereguleerd als menig westers land, maar alles functioneert hier prima. Hier kan je nog gewoon passagiers meenemen achter in je pick-up truck, zonder dat de politie je bekeurt, een ijssie eten voor 12 cent en worden er op butagas de lekkerste maaltijden langs de kant van de weg bereid. In Nederland wordt je tegenwoordig al bekeurd als je 5 km/u te hard rijdt en moet een restaurateur een bibliotheek aan papierwerk bijhouden om aan alle regelgeving te voldoen, dit alles om de schatkist verder te spekken en de burger verder te beschermen? Maar tegen welke prijs? Wellicht herkennen de oudere lezers in het Thailand van nu het Nederland van de jaren ’50 en ’60 waar een mentaliteit heerste van niet lullen maar poetsen ofwel hard werken en niet zeuren over futiliteiten. Ofwel 2 verschillende werelden met beiden hun voor- en nadelen. Voor diegenen die reeds een bezoek aan Thailand hebben gebracht zal dit reeds bekend zijn, voor diegenen die nog geen bezoek hebben gebracht aan het land van de glimlach reden temeer om eens een bezoek te brengen en zich onder te dompelen in al het hierboven genoemde.

Momenteel bevind ik me op het exotische eiland Koh Samui waar ik me verder aan het orienteren ben op de mogelijkheden om in mijn dagelijks levensonderhoud te kunnen voorzien. Een van de ideeen is een internet winkel te starten op e-Bay, waar ik schilderijen wil gaan aanbieden die ik op aanvraag kunnen worden gemaakt door de diverse ateliers op Samui. Daarnaast heb ik gisteren een bezoekje gebracht aan de enige tennisclub die het eiland rijk is en hoog opgegeven over mijn kwaliteiten als tennisser. Hierbij bovenal mijn vermaarde slice backhand benadrukt, zag op de Australian Open dat de slice backhand weer helemaal terug is, dus dat zit wel goed. Toeval wil dat de lokale thaise trainer eergisteren vertrokken was. Nu dus vraag en aanbod bij elkaar zien te brengen. Komende zaterdag ga ik voorspelen en na wederzijdse goedkeuring verder onderhandelen om daarna hopenlijk het thaise tennis te kunnen gaan verrijken met een goed uitgevoerde slice backhand. Voor de nodige risicospreiding ga ik me eveneens bij 2 hotels aanbieden als hitting partner voor 1000 baht per uur, mooi toch een balletje slaan en er voor betaald krijgen.

Gezien het lage prijspeil in Thailand heb je niet veel nodig, met 600 euro per maand kan je hier leven als god in Thailand. Momenteel huur ik een vrijstaand huis met een riant terras voor 160 euro per maand, beschik ik voor 60 euro per maand over een brommer en kost eten en drinken me dagelijks ongeveer 4 euro. Het doel is om met de e-Bay winkel al dan niet in combinatie met het tennissen de benodigde 600 euro per maand te verdienen en hier verder te genieten van de zon, zee, het lekkere eten en de goedlachse thai. Mijn eerste reis naar Azie lijkt alweer eeuwen achter me te liggen, het stemt met tevreden dat ik nu hier ben. Dit gevoel wordt verder aangewakkerd denkend aan het nu koude en donkere Nederland. Je hebt niet veel nodig om gelukkig te zijn: een warm zonnetje op je huid , een banana shake en pad thai.....................


Filmpje van Edwin's nieuwe onderkomen op Koh Samui:

zaterdag 30 januari 2010

Simultaan schaken


Na de stortvloed aan berichten in november en december is het in januari rustig geweest op dit blog. Maak je geen zorgen, geen nieuws is goed nieuws. Ik krijg bij e-mail contact met Nederland nog wel eens de vraag hoe het met mijn gezondheid is.
De enorme vermoeidheid die mij parten speelde is na een verlengde, door de artsen afgeraden, anti-biotica kuur verdwenen. Mijn gebroken vinger is inmiddels ook bijna geheel hersteld. Sinds begin januari voetbal ik weer twee keer in de week en ook bij het fitnessen voel ik me niet meer belemmerd in het etaleren van mijn indrukwekkende krachttoeren (uiterlijk vertoon is hier nu eenmaal belangrijk), daarbij als vanouds een mengeling van jaloezie (mannen) en bewondering (vrouwen) opwekkend. Afijn, het is weer business as usual.

Ik mag van de dokter ook weer schaken en heb de strijd met mijn baas weer voortgezet. De stukken waren een tijdje onaangeroerd geweest, sinds ik een flink aantal maanden geleden het standpunt had ingenomen dat ik nog niet dood in Kuala Lumpur gevonden wilde worden, laat staan werkend voor InsightAsia. Deze aanvallende zet werd destijds beantwoord met de wat verdedigende stelling dat ik dan maar een plan moest maken om de zaken vanuit Bangkok te regelen. Om het initiatief te houden had ik dat gedaan, waarop een periode van stilte volgde.

Eind december was ik een paar dagen aanwezig op ons kantoor in Betondorp, pardon...Kuala Lumpur, onder meer om de toekomst te bespreken met de CFO (voor degenen die het genoegen smaken niet in de wereld van het bedrijfsleven te verkeren: Hoofd Financien). Op een gegeven moment sprak hij midden in een zin, zonder met de ogen te knipperen: "...when you move to Kuala Lumpur". Alarmfase 1 trad meteen in werking en ik trapte snel op de rem. Budi moest al snel toegeven dat hij door Sajan als pion was ingezet om mij over te halen naar Kuala Lumpur te verhuizen. Ook al woonde hij er zelf, hij gaf volmondig toe dat er voor een energieke man van de wereld als ik geen reet aan is.

Het schaakpel ging dus de middenfase in. Vorige week kwam Sajan himself voor twee dagen naar Bangkok. De messen waren geslepen en het heikele onderwerp kwam ter tafel. Hij hield een lang en gloedvol betoog over het belang voor het bedrijf om de door mij op te zetten en te bestieren marketing en sales afdeling in Kuala Lumpur te hebben. Kosten, logistiek, schaalgrootte, het beperkte Engels van de Thai. De stelling werd wel doordacht en zorgvuldig, doch met overtuiging en vastberadenheid opgebouwd, om door mij met één simpele tegenzet te worden beantwoord: "I don't want to live there". Het is weliswaar een bijzonder leuke baan, ik zou een afdeling van zes mensen op mogen zetten, een separate kantoorruimte mogen huren en verantwoordelijk zijn voor alle marketing activiteiten en de internationale sales, maar ik ben hier niet primair gekomen om carriere te maken.

Een authentieke patstelling dus. Sajan maakte mij bij het uiteengaan duidelijk dat deze situatie door mij op zeer korte termijn doorbroken moest worden met een definitief 'ja' of 'nee'. Voor de vorm vroeg ik nog een weekje bedenktijd en deze week heb ik hem wederom geconfronteerd met de Hollandse koppigheid. Ik was er inmiddels vanuit gegaan dat deze mededeling het einde van mijn tijdperk bij InsightAsia zou inluiden, maar de deur staat gelukkig nog op een kier. De komende maanden ben ik sowieso nog nodig om de afdeling op te gaan zetten, vanuit Bangkok wel te verstaan, terwijl hij iemand anders in K.L. gaat aantrekken om de boel straks te runnen. Dat soort procedures willen nog wel eens een tijdje duren, dus ik reken erop dat ik de komende maanden nog onder de pannen ben in mijn huidige functie.

Sajan heeft ook duidelijk gemaakt dat hij me graag voor de lange termijn wil behouden, want na een stroeve wederzijdse gewenningsperiode werken we inmiddels behoorlijk goed samen. Hij is natuurlijk een zakenman en ik moet mijn salaris dan wel in klinkende munt terugverdienen. Dus heb ik de opdracht gekregen om eens na te denken over hoe ik inkomsten voor het bedrijf kan genereren die mijn dienstverband bedrijfseconomisch rechtvaardigen. De komende tijd zal ik daar eens over filosoferen, maar daarnaast zal ik ook een scherp oog op de arbeidsmarkt houden. Ik heb deze week al twee sollicitaties de computer uit gedaan. Een beetje onderhandelingskracht richting InsightAsia kan immers geen kwaad. Ik stap dus gewoon over op simultaan schaken. Mocht ik dit potje verliezen, heb ik misschien op een ander bord succes. Wordt vervolgd.

dinsdag 12 januari 2010

Nieuwjaar en bedrijfsfeest



Tussen kerst en oud en nieuw heb ik vrij genomen en ben ik in Bangkok gebleven om eens een weekje lekker niks te doen. Uitslapen, fitnessen, in Lumpini park liggen, uitgaan. Dat was het wel. Oudejaarsavond met Edwin tot in de kleine uurtjes op stap geweest. De Thai hebben hun eigen traditionele nieuwjaar in April, maar hebben zich al lang geconformeerd aan de westerse telling en vieren 'ons' nieuwjaar als het enige echte. Vuurwerk vind je niet zoveel, maar verder is het net als bij ons: aftellen en flink zuipen. De gemiddelde Thai kan trouwens beter zuipen dan tellen, maar dat terzijde.

Op maandag de 4e hadden we de jaarlijkse bedrijfsdag (wie herinnert zich niet mijn schitterende pyama outfit van vorig jaar). Deze editie werd aangegrepen om wat aan ons karma te werken. 's Ochtends kwamen er vijf monniken die een soort zegening over ons uitspraken en toen nog een stukje gingen zingen. De heren hadden zich blijkbaar voorgenomen om langer te zingen dan Led Zeppelin's live uitvoering van Dazed And Confused, die nog wel eens langer dan 30 minuten wilde duren. Ze slaagden er bijna in en dat is knap, zonder gitaarsolos.

Ondertussen zat ik daar maar in de kleermakerszit, met toenemende pijn in de heupen. Goede yoga oefening, dat wel. Na het zingen hebben wij eten voor ze neergezet en hebben we de kamer verlaten. De monniken mogen maar een keer per dag eten, voor elf uur, werd me verteld. Dat ze veel te laat aankwamen en het inmidddels bijna twaalf uur was, geeft blijkbaar niet. Dat zal de Thaise flexibiliteit ten aanzien van regels zijn. Inmiddels hadden ze van ons ook een envelop met geld ontvangen. We hadden er allemaal wat ingedaan to make merit, zoals ze dat zeggen.

Eigenlijk komen alle religies toch op hetzelfde neer. Je koopt een mooi plekje in de hemel of in een volgend leven middels een financiele bijdrage en deelname aan wat vrome rituelen. Dan ben je een goed mens en zal er voorspoed op je weg komen. In het westen wordt daar nogal hypocriet over gedaan en houden we de schijn op dat we altruistisch bezig zijn. Hier proberen ze niet te verbloemen dat je het eigenlijk doet om je eigen lot een zetje in de goede richting te geven. Monniken zijn daar een soort instrument voor, net als bedelaars overigens. Ik had geen idee wat een gangbaar bedrag is en doneerde 100 Baht (2 euro). Dit werd door mijn collega's als genereus gezien, wat hopelijk als een vitamine shot voor mijn aura werkt. Mocht het geen zoden aan de dijk hebben gezet, dan was het bezoek van de monniken toch een leuke Thailand-ervaring.

Je kan nooit genoeg merit vergaren, dus in de middag zijn we naar het monnikenziekenhuis gegaan om een donatie te doen. Monniken verdienen geen geld en hebben nauwelijks bezittingen. Als ze wat mankeren kunnen ze zich gratis laten behandelen in dit ziekenhuis. Dat bracht mij op een idee, maar een collega verzekerde mij dat je antecedenten grondig gecheckt worden en dat je niet zomaar met een kaalgeschoren kop en een oranje kleed om binnen kunt wandelen voor een gratis behandeling. Jammer.

's Avonds was het dan tijd voor het grote feest, uiteraard in zo'n karaoke tent, met dit keer als thema 'back to school'. Dus ik ook een schoolkostuum op de kop getikt, tot hilariteit van mijn collega's en naar ik vermoed ook van jullie. Om eens wat collega's te laten zien en een impressie te geven van de company day heb ik een korte slideshow gemaakt. De beelden spreken voor zich, al blijven jullie helaas van mijn prachtige gezang verstoken. Denk het er zelf maar bij: We are the woooorld, we are the childreeen...


maandag 21 december 2009

Rapportcijfers


Mag ik jullie even een spiegel voor houden? Expat Explorer is het grootste wereldwijde onderzoek onder expats en meet de kwaliteit van het leven en de ervaringen met integratie in een ander land. Het wordt uitgevoerd in 26 landen, waaronder Thailand en Nederland. Een mooie gelegenheid dus om mijn blog te verrijken met een objectieve analyse van de voors en tegens van mijn moederland en mijn huidige thuisland.

Laten we eens beginnen met de totaalklassering. Thailand staat op een mooie derde plaats, achter Canada (1) en Australie (2). Nederland vinden we niet terug voor de 17e plek, als één na laatste Europese land (alleen Groot Brittanie scoort lager, ik neem aan vanwege het weer, het eten en de vrouwen). Ik moet er wel bij vermelden dat de scores voor de taal niet in de eindranking zijn opgenomen. Anders zou Thailand wellicht iets zakken, want de Thaise taal wordt ingeschat als moeilijkste van alle landen, maar daar heb ik jullie onlangs nog over bericht.

Thailand is top of the bill als het gaat om het maken van vrienden en scoort ook in de top 4 op accommodatie, eten, entertainment, sociaal leven, hobbies en gezondheidszorg. Dat zijn nog eens rapportcijfers. Mooi dat veel van de aspecten die ik op dit blog als positief heb aangemerkt, ook in dit objectieve onderzoek goed uit de bus komen. Weten jullie meteen dat ik niet uit men nek loop te zwammen.

Nederland scoort als een na laagste op het gebied van vrienden maken, een kwalijke zaak aangezien ik dit toch als een zeer belangrijk aspect beschouw. Alleen in Belgie is het wat dat betreft nog erger gesteld. Verder bevindt mijn moederland zich op bijna elk onderdeel onderaan de middenmoot, tussen plek 15 en 20 (van de 26 landen). Transport en educatie voor kinderen scoren relatief goed.

Ik zie in dit rapport een wetenschappelijke onderbouwing van de juistheid van mijn keuze om in Thailand te gaan wonen. In juni gaat dan ook een kopie in de achterzak mee naar Nederland. Als mensen dan weer vragen wat ik in vredesnaam in Thailand te zoeken heb (een domme vraag, maar geloof me, hij wordt weleens gesteld), kan ik ze met de cijfers om de oren slaan en vragen waarom zij eigenlijk nog in Nederland wonen. Dat is nog eens een legitieme vraag.

Is er dan niet één onderdeel waar Nederland bovenaan staat? Ja hoor, ‘jullie’ scoren het beste op working hours. Dat kun je op verschillende manieren interpreteren, maar ik hou het erop dat men vindt dat er in Nederland niet al te hard gewerkt hoeft te worden. En ‘jullie’ maar lachen om ‘ons’ luie Thai. Ik zou zeggen: sluit direct mijn blog en ga eens aan de slag.

donderdag 17 december 2009

Fire show

Op ieder strand in Thailand worden toeristen ‘s avonds vermaakt met vuur shows. Terwijl je na het eten lekker aan je cocktail zit te nippen, sloven Thaise lefgozertjes zich uit met acrobatische toeren met brandende stangen, touwen en kettingen. Een spectaculair gezicht in het donker. De Thai zijn snel en lenig, dus wij westerlingen zijn al snel onder de indruk.

Voor die ventjes zijn de vuur shows een echte lifestyle. Lekker op het strand hangen en cool zijn... zo cool mogelijk. Afgeragte spijkerbroek die half van de kont zakt, vaal shirtje om het afgetrainde lijf, en vooral veel tattoos. Degene die een westers meisje weet te versieren, is natuurlijk helemaal de man. Zo cool als the main man Jimi Hendrix himself.

Lekker weg in eigen land

Na twee dagen Khao Sok zijn we per bus verder zuidwaarts gegaan naar Phuket, het grootste en meest toeristische eiland van Thailand. Je kunt er kiezen voor de drukte van Patong Beach, een soort Zandvoort, of de rustigere plekken opzoeken. Hoe dan ook, de stranden zijn prachtig en alles is na de tsunami van 2004 mooi opgebouwd. We hebben wat rondgetuft op brommertjes en genoten van de uitzichten vanaf de heuvels. Af en toe natuurlijk een hapje en een drankje, en ook nog even geluierd op het strand.

Vanaf Phuket hebben we vervolgens de boot genomen om de korte vakantie af te sluiten met drie dagen Koh Phi Phi, bekend van de The Beach met Leonardo Di Caprio. Die film is niet voor niets rond dit eiland opgenomen, de natuur is prachtig. Het is wel een echt backpackers eiland. Er zijn meer tattoo shops dan restaurants en als je niet onder de inkt zit en niet rookt hoor je er eigenlijk niet echt bij. Veel macho mannetjes en hard pratende Amerikanen, je kent dat wel. We hebben het eiland dus maar omgedoopt tot Koh Thi Thi (TatToo; TestosTeron) en lekker gerelaxed bij onze rustieke bungalow, met uitstapjes ter voet naar het viewpoint en per kano naar Monkey Beach. Maar bovenal... lekker weinig uitgevoerd. Heerlijk toch?

Ik sta inmiddels met beide benen middenin het multimediale tijdperk, dus de tijd van een paar lullige foto's is voorbij. Bijgaande slideshow geeft een impressie van onze trip. Natuurlijk niet om jullie de ogen uit te steken, maar louter om jullie op de hoogte te houden. Wel graag even meedoen met het refein en handjes in de lucht.

woensdag 16 december 2009

Welcome to the jungle

Vorige week had ik twee public holidays. Door nog drie dagen extra op te nemen, had ik dus negen dagen achter elkaar vrij. Een mooie gelegenheid om voor het eerst sinds juli weer eens een uitstapje te maken. Dus ik met Edwin op het vliegtuig naar het zuiden des lands gestapt.

Eerste bestemming was Khao Sok National Park, een relatief onbekend en dus onbemind gebied, maar zeer de moeite waard. Het park bevat een van de oudste jungles ter wereld, ouder bijvoorbeeld dan het regenwoud van de Amazone. Doordat de Thai er, naar een idee van de koning, een dam hebben gebouwd om de energievoorziening in het zuiden een handje te helpen, is er een groot meer ontstaan van 165 vierkante km. Het totale park bestrijkt 739 vierkante km.

We hebben een tourtje gedaan van twee dagen en werden met vier andere toeristen in een longtailboot over het meer vervoerd. We sliepen in houten bungalowtjes op het water. Heerlijk rustig in een prachtige omgeving. ‘s Ochtends vroeg hoorden we de aapjes krijsen: ‘Welcome to the jungle!’.