maandag 21 december 2009

Rapportcijfers


Mag ik jullie even een spiegel voor houden? Expat Explorer is het grootste wereldwijde onderzoek onder expats en meet de kwaliteit van het leven en de ervaringen met integratie in een ander land. Het wordt uitgevoerd in 26 landen, waaronder Thailand en Nederland. Een mooie gelegenheid dus om mijn blog te verrijken met een objectieve analyse van de voors en tegens van mijn moederland en mijn huidige thuisland.

Laten we eens beginnen met de totaalklassering. Thailand staat op een mooie derde plaats, achter Canada (1) en Australie (2). Nederland vinden we niet terug voor de 17e plek, als één na laatste Europese land (alleen Groot Brittanie scoort lager, ik neem aan vanwege het weer, het eten en de vrouwen). Ik moet er wel bij vermelden dat de scores voor de taal niet in de eindranking zijn opgenomen. Anders zou Thailand wellicht iets zakken, want de Thaise taal wordt ingeschat als moeilijkste van alle landen, maar daar heb ik jullie onlangs nog over bericht.

Thailand is top of the bill als het gaat om het maken van vrienden en scoort ook in de top 4 op accommodatie, eten, entertainment, sociaal leven, hobbies en gezondheidszorg. Dat zijn nog eens rapportcijfers. Mooi dat veel van de aspecten die ik op dit blog als positief heb aangemerkt, ook in dit objectieve onderzoek goed uit de bus komen. Weten jullie meteen dat ik niet uit men nek loop te zwammen.

Nederland scoort als een na laagste op het gebied van vrienden maken, een kwalijke zaak aangezien ik dit toch als een zeer belangrijk aspect beschouw. Alleen in Belgie is het wat dat betreft nog erger gesteld. Verder bevindt mijn moederland zich op bijna elk onderdeel onderaan de middenmoot, tussen plek 15 en 20 (van de 26 landen). Transport en educatie voor kinderen scoren relatief goed.

Ik zie in dit rapport een wetenschappelijke onderbouwing van de juistheid van mijn keuze om in Thailand te gaan wonen. In juni gaat dan ook een kopie in de achterzak mee naar Nederland. Als mensen dan weer vragen wat ik in vredesnaam in Thailand te zoeken heb (een domme vraag, maar geloof me, hij wordt weleens gesteld), kan ik ze met de cijfers om de oren slaan en vragen waarom zij eigenlijk nog in Nederland wonen. Dat is nog eens een legitieme vraag.

Is er dan niet één onderdeel waar Nederland bovenaan staat? Ja hoor, ‘jullie’ scoren het beste op working hours. Dat kun je op verschillende manieren interpreteren, maar ik hou het erop dat men vindt dat er in Nederland niet al te hard gewerkt hoeft te worden. En ‘jullie’ maar lachen om ‘ons’ luie Thai. Ik zou zeggen: sluit direct mijn blog en ga eens aan de slag.

donderdag 17 december 2009

Fire show

Op ieder strand in Thailand worden toeristen ‘s avonds vermaakt met vuur shows. Terwijl je na het eten lekker aan je cocktail zit te nippen, sloven Thaise lefgozertjes zich uit met acrobatische toeren met brandende stangen, touwen en kettingen. Een spectaculair gezicht in het donker. De Thai zijn snel en lenig, dus wij westerlingen zijn al snel onder de indruk.

Voor die ventjes zijn de vuur shows een echte lifestyle. Lekker op het strand hangen en cool zijn... zo cool mogelijk. Afgeragte spijkerbroek die half van de kont zakt, vaal shirtje om het afgetrainde lijf, en vooral veel tattoos. Degene die een westers meisje weet te versieren, is natuurlijk helemaal de man. Zo cool als the main man Jimi Hendrix himself.

Lekker weg in eigen land

Na twee dagen Khao Sok zijn we per bus verder zuidwaarts gegaan naar Phuket, het grootste en meest toeristische eiland van Thailand. Je kunt er kiezen voor de drukte van Patong Beach, een soort Zandvoort, of de rustigere plekken opzoeken. Hoe dan ook, de stranden zijn prachtig en alles is na de tsunami van 2004 mooi opgebouwd. We hebben wat rondgetuft op brommertjes en genoten van de uitzichten vanaf de heuvels. Af en toe natuurlijk een hapje en een drankje, en ook nog even geluierd op het strand.

Vanaf Phuket hebben we vervolgens de boot genomen om de korte vakantie af te sluiten met drie dagen Koh Phi Phi, bekend van de The Beach met Leonardo Di Caprio. Die film is niet voor niets rond dit eiland opgenomen, de natuur is prachtig. Het is wel een echt backpackers eiland. Er zijn meer tattoo shops dan restaurants en als je niet onder de inkt zit en niet rookt hoor je er eigenlijk niet echt bij. Veel macho mannetjes en hard pratende Amerikanen, je kent dat wel. We hebben het eiland dus maar omgedoopt tot Koh Thi Thi (TatToo; TestosTeron) en lekker gerelaxed bij onze rustieke bungalow, met uitstapjes ter voet naar het viewpoint en per kano naar Monkey Beach. Maar bovenal... lekker weinig uitgevoerd. Heerlijk toch?

Ik sta inmiddels met beide benen middenin het multimediale tijdperk, dus de tijd van een paar lullige foto's is voorbij. Bijgaande slideshow geeft een impressie van onze trip. Natuurlijk niet om jullie de ogen uit te steken, maar louter om jullie op de hoogte te houden. Wel graag even meedoen met het refein en handjes in de lucht.

woensdag 16 december 2009

Welcome to the jungle

Vorige week had ik twee public holidays. Door nog drie dagen extra op te nemen, had ik dus negen dagen achter elkaar vrij. Een mooie gelegenheid om voor het eerst sinds juli weer eens een uitstapje te maken. Dus ik met Edwin op het vliegtuig naar het zuiden des lands gestapt.

Eerste bestemming was Khao Sok National Park, een relatief onbekend en dus onbemind gebied, maar zeer de moeite waard. Het park bevat een van de oudste jungles ter wereld, ouder bijvoorbeeld dan het regenwoud van de Amazone. Doordat de Thai er, naar een idee van de koning, een dam hebben gebouwd om de energievoorziening in het zuiden een handje te helpen, is er een groot meer ontstaan van 165 vierkante km. Het totale park bestrijkt 739 vierkante km.

We hebben een tourtje gedaan van twee dagen en werden met vier andere toeristen in een longtailboot over het meer vervoerd. We sliepen in houten bungalowtjes op het water. Heerlijk rustig in een prachtige omgeving. ‘s Ochtends vroeg hoorden we de aapjes krijsen: ‘Welcome to the jungle!’.

zaterdag 28 november 2009

Aap, noot, mies


Begin vorig jaar heb ik drie maanden Thaise les gehad. Daarmee heb ik een aardige basis gelegd, maar meer ook niet. Het valt niet mee om mijn vocabulaire en spreekvaardigheid verder te ontwikkelen. Op werk spreekt bijna iedereen Engels, mijn sociale kring bestaat uit buitenlanders en in restaurants word je ook in het Engels aangesproken. Af en toe babbel je eens wat met een Thai die geen Engels spreekt, een taxichauffeur of winkelpersoneel. Daarmee hou je hooguit het geleerde enigzins op peil. Vorderingen maken is er nauwelijks bij.

Ik had een aantal keer vernomen dat het helpt om te leren lezen. Dan pak je automatisch hier en daar wat nieuwe woorden op, luidde de redenering. Vooruit dan maar, ik enige tijd geleden via een website begonnen om die tekens in mijn hoofd te stampen. De Thai gebruiken 32 klinkers en 44 medeklinkers. Als ze er nou nog twee bij hadden verzonnen, hadden ze exact drie maal zoveel letters gehad als wij. Je kunt je voorstellen dat het een aardige kluif is geweest om me die 76 letters eigen te maken. Ik meld dan ook met gepaste trots dat het me gelukt is. Het grote aantal tekens is echter pas het begin van de complicaties. Het is mij een raadsel hoe je het lezen zo nodeloos ingewikkeld kunt maken. De enige reden die ik kan verzinnen is dat ze het voor farang zo moeilijk mogelijk wilden maken om hun taal te leren. Als dat zo is kan ik alleen maar zeggen: uitstekend gedaan. Een kleine opsomming om jullie deelgenoot te maken van mijn frustraties:

1. De Thai hebben niet bedacht dat het wel handig is om een beetje ruimte tussen twee woorden te laten. Ze schrijven alles aan elkaar vast. Neem eens een Word document, haal alle spaties weg en ga effe lekker een stukkie lezen. Je zult zien hij prettig dat is.

2. Wij spreken alle letters van links naar rechts uit. Logisch zeg je? Niet voor de Thai. Er zijn een aantal klinkers die links van de medeklinker staan maar na de medeklinker worden uitgesproken. Laat ik een praktisch voorbeeld geven: 'dom' schrijven zij als 'odm'. Da's effe lekker handig...toch?

3. Sommige letters hebben in combinatie een andere klank. Weer even concreet: we hebben 'e', 'd', 'i' en 'j', als we die achter elkaar zetten zeggen we geen 'edij' maar 'dia'. Je moet er maar op komen.

4. Er zijn legio medeklinkers die ineens andere een klank hebben als ze aan het eind van een lettergreep komen. Waarom wordt een 'r' ineens een 'n'? Waarom schrijf je dan niet gewoon een 'n'? Vraag het mij niet.

5. En dan de tonen. Dit punt vind ik zelf het meest geweldige. Je weet misschien dat het Thais verschillende tonen gebruikt, vijf om precies te zijn: midden, hoog, laag, stijgend, dalend. Als buitenlander is het vrij ondoenlijk om dit enigzins onder de knie te krijgen. Eén-nul voor de Thai. In het schrift wordt de toon van een klinker met een tekentje boven de voorafgaande medeklinker aangegeven. Da's logisch. Je zou denken dat ze voor iedere toon consequent hetzelfde tekentje zouden gebruiken, dat zou immers ook logisch zijn. Je voelt hem al aankomen, ze hebben er iets op bedacht: we verdelen de medeklinkers in 3 klassen. Een bepaald toonteken geeft bij een medeklinker uit klasse 1 een hoge toon en bij een medeklinker uit klasse 2 een lage toon. Zo volgt bijvoorbeeld na 'd้' een hoge toon en na 'k้' een lage toon. Probeer dat allemaal maar eens te leren. Twee-nul voor de Thai.

Nu ik het zo op een rijtje aan het zetten ben, weet ik het trouwens zeker, ze willen gewoon niet dat die 'white buffalos' hun taal leren. Nou, dan heb ik slecht nieuws voor ze. Ik ben hard op weg om dat priegelige geschrift en de bijbehorende onlogica volledig te beheersen. Daarbij krijg ik wekelijks hulp van mijn charmante lerares Ladawan.

Zij was mijn lerares in de eerste maand op de AAA Language School. Uitstekende lerares. Leuk poppetje ook trouwens, maar dat terzijde. Ik kwam er achter dat ze in haar vrije tijd ook les geeft via Skype. Nu maakt ze mij één maal peer week een uurtje wegwijs in de wondere wereld van de Thaise taal. Ik maak gestaag vorderingen en begin inderdaad in het dagelijkse leven al wat woordjes op te pikken. Hierbij is het erg handig dat je in Bangkok veel tweetalige borden tegenkomt. Met behulp van de Engelse betekenis leer ik mezelf zo wat nieuwe woorden aan. Hoe moeilijk het ook is, ik geef niet op en zet door. De Thai krijgen deze farang er niet onder, maar dat kunnen jullie zelf zien op bijgaande beelden waarop ik de verschillende tonen zo even uit de mouw schud.

zondag 22 november 2009

Bangkok in beweging

Ieder weekend aan het eind van de middag komen de Thai samen in Lumpini Park en gaan de voetjes van de vloer. Langs de weg staan luidsprekers waar vreselijke muziek uit schalt. Op de stoep staan om de 20 meter instructrices opgesteld. De gedisciplineerde deelnemers staan keurig in rijen opgesteld, sommigen in hypermoderne sportoutfit, anderen in hun dagelijkse kloffie. Jong en oud doet enthousiast mee. Honderden mensen werken zich gedurende 40 minuten in het zweet. Zover het oog reikt zwaaien armen en benen door de lucht. Alleen Edwin blijft onverstoord zijn boekje lezen. Integreer is een beetje, man!


Mundee



In Bangkok is een levendige scene van goede coverbandjes. Ik bezoek dan ook regelmatig kroegen waar live muziek te beluisteren is. Toch is het een nadeel van Bangkok dat de internationaal vermaarde rock bands dit deel van de wereld niet weten te vinden. De kans om de vergane glorie van Rod Steward en Mr Big te aanschouwen heb ik maar voorbij laten gaan. Ik wacht met smart op een echte topband.

Nu ik mijn uitgestelde bezoek aan Nederland geboekt heb van 17 t/m 28 juni, hoop ik het geluk te hebben in die periode een concertje mee te kunnen pikken. Bij deze doe ik dan ook een oproep aan decibelkanonnen als AC/DC en Metallica om hun tours zorgvuldig te plannen. Aangezien mijn blog een wereldwijd bereik heeft, is de kans vrij groot dat mijn noodkreet een Angus, een Ozzy of een Lars bereikt. Zolang ze geen echte baan hebben, kunnen ze er vast nog wel een concertje bij doen.

In de tussentijd zal ik het moeten doen met Mundee, die wekelijks in de Rock Pub optreedt. Edwin en ik gaan er af en toe ons hardrock hart ophalen. Ekamun staat bekend als beste drummer van Thailand en doet denken aan Animal van de Muppetshow. De gitarist speelt de meest bekende en uitdagende gitaarsolo's uit de rijke rockgeschiedenis uitstekend na. De zanger kan trouwens ook erg goed gitaar spelen, alleen jammer zijn stem beter geschikt is voor Simon & Garfield dan voor Black Sabbath. Om te voorkomen dat hij de barsten in je scherm krijst, en ik schadeclaims aan mijn broek krijg, heb ik het filmpje maar beperkt tot instrumentele passages.