zaterdag 12 juni 2010

Verloren zoon

In de Nederlandse pers was de
afgelopen tijd veel aandacht voor verkiezingen, een olielek, een opspelende hamstring en een twitterende teringaap, oeps ... wat schrijf ik nou? Dit is toch hopelijk geen open medium dat voor de hele wereld toegankelijk is? Dom, dom,
dom.

Door al deze perikelen is de komst van de verloren zoon wat onderbelicht gebleven. Komende woensdag onderneem ik de reis naar Nederland. Om chaotische taferelen op Schiphol te voorkomen, maak ik een omtrekkende beweging. Ik vlieg op Dusseldorf en pak daar de trein naar Nederland.

Vervolgens heb ik nog een paar dagen om me voor te bereiden op het Henk Janssen Open. De moeilijkste klus zit er inmiddels op: de inschrijving. Dat had nogal wat voeten in de
aarde omdat de KNLTB alleen toernooipasjes uitgeeft voor in het buitenland wonende Nederlanders die lid zijn van een buitenlandse bond. Dat ben ik niet en volgens de regels mag ik dan ook geen toernooi spelen in Nederland. Ook al ben ik 30 jaar KNLTB lid geweest en staat mijn spelersprofiel nog steeds in het systeem. Gelukkig heeft Steven Menijn van de wedstrijdleiding succesvol een plan B uitgevoerd en ben ik uiteindelijk toch speelgerechtigd.

Expats hebben er een handje van om te klagen dat bepaalde dingen 'thuis' beter geregeld zijn. Blijbaar vervagen de herinneringen aan de ergernissen in je vaderland snel. Het is nu eenmaal lekker makkelijk foeteren op dingen die in den vreemde niet helemaal lekker lopen. Af en toe word ik er aan herinnerd dat de bureaucratie in Nederland niet van de lucht is. Je denkt toch niet dat men in Thailand van mij eist dat ik lid ben van een bond als ik ergens aan mee wil doen. Nee, daarvoor moet je toch echt in Nederland zijn. Zoals jullie in het nieuws hebben kunnen zien, is het in Thailand een goed gebruik om de boel in de fik te steken als je het ergens niet mee eens bent. Ik denk dat ik volgende week maar eens langs het bondsbureau moet...

Intussen heb ik vernomen dat de Oranjecamping in het Amsterdamse Bos is afgelast. Jammer. Had me er erg op verheugd. Nu heb ik voor niks een tent aangeschaft. Gelukkig kan ik nog bij mijn ouders terecht. Via foto's op internet heb ik kunnen constateren dat de traditie om hele achterstandswijken Oranje te verven wel in stand wordt gehouden. En maar zeiken dat ze het zo slecht hebben. Met het WK kunnen ze zich allerlei Oranje prullaria veroorloven; met 3 Oktober geven ze in twee dagen een maandsalaris uit; zoonlief heeft al een gepimpte scooter onder zijn reet voordat ie goed en wel kan lopen. Vreselijk, die armoede in Nederland.

Ondanks mijn afkeer van Oranje straatbeelden stap ik over een paar dagen met veel plezier in het vliegtuig. Wel heb ik wat verzoekjes om mijn verblijf te veraangenamen. Ik hoop zo weinig mogelijk oranje Kabouter Plop mutsen tegen te komen. Hans van Breukelen, blijf uit mijn buurt! Kunnen we ook even ophouden over de 'Grote Vier'. Sneijder meet 1.70, Van der Vaart 1.75. Tevens wil ik graag dat de NOS een geluidsfilter aanbrengt om het Vuvuzelaleed wat te verzachten. Ondanks mijn bijnaam ben ik niet gediend van die herrie. Tenzij Evert ten Napel commentaar geeft, dan mag het.

Het WK leeft sterk in Thailand, maar het is toch anders als je het buitenland bent. Straks in Nederland lekker ouderwets voetbal kijken. Man, wat heb ik daar zin in. Aanvalluh!

donderdag 3 juni 2010

Back to normal

Na de nu al legendarische 19e
mei is de rust in Bangkok teruggekeerd en gaat het leven weer zijn normale gang. De soldaten zijn uit het straatbeeld verdwenen. Na een week waarin een avondklok gold, ben ik sinds zaterdag weer vrij om 24 uur per dag te gaan en staan waar ik wil. Het openbaar vervoer functioneert weer op reguliere tijden. Ik kan dus weer naar kantoor en naar hartelust voetballen, tennissen, fitnessen en hardlopen.

Ik heb in Bartek een tennismaatje gevonden. Ik ken hem via
het voetballen. We hebben een mooi complex gevonden met relatief trage hardcourtbanen, waar we één keer per week spelen. Ik heb laatst ook een toernooitje gespeeld, maar het niveau was me wat te laag. Toch een goede les geleerd. Drieeneenhalf uur tennissen zonder pet of zonnebrandcreme wordt in Bangkok zwaar gestraft. Beginnersfout. Een paar dagen later had ik gratis een nieuwe huid.

Het voetbalseizoen zit er bijna op. Ik vermaak me met wat toernooitjes. Afgelopen weekend was weer het toernooi met de All Stars. Dit keer met Ian Rush (73 interlands Wales), Lee Sharpe (8 interlands Engeland), Steve MacMahon (17 interlands Engeland) en Viv Anderson (30 interlands Engeland) in de gelederen. De laatste gaat door het leven als de eerste zwarte Engelse international ooit. Het geeft het toernooi extra status dat de heren er zijn, maar als je ze ziet spelen zou je niet vermoeden dat ze ooit tot de top behoorden, met uitzondering van Sharpe.

Op werk ben ik druk bezig om InsightAdvance, mijn eigen afdeling in reclame onderzoek, op te zetten. De afgelopen weken heb ik wat services ontwikkeld en daarvoor marketing materialen en visuele onderzoeksmethoden gemaakt, met behulp van wat freelance designers. Leuk om te doen. Mijn collega's vinden dat het me niet slecht af gaat. Nu nog afwachten wat klanten ervan vinden. Vanaf nu zal ik veel tijd besteden aan het plannen van sales bezoeken in diverse landen. Als ik in een land minstens vier geinteresseerde partijen heb, is het een tripje waard. Zo zal ik hopelijk heel wat heen en weer reizen de komende tijd. Niet dat ik dat nou zo leuk vind, maar dat zou een teken zijn dat het goed loopt. Maandag en dinsdag was ik weer eens in Singapore op ons hoofdkantoor. Mijn volgende vliegbestemming is Dusseldorf, op de 16e. Vervolgens per trein naar Weer-Geen-Wereldkampioen. Ik heb er zin 'an.

A guide to ...

Dat de Thai een apart volk zijn is wijd en zijd bekend. Door de recente gebeurtenissen zijn de Thai en de Thaise samenleving er nog raadselachtiger op geworden. Hoe kan het zover komen in een land dat zichzelf zo graag afficheert met een onbezorgde glimlach? In boeken en op internet zijn vele beschrijvingen van de Thaise volksaard te vinden. Vorige week kwam ik een column tegen in de Bangkok Post die de zaak naar mijn mening in de kern raakt. Je zou de auteur kunnen zien als de derde gastschrijver op mijn blog, al heeft hij er zelf geen weet van. Voor degenen die de Thai en de huidige problematiek wat beter willen begrijpen:

A GUIDE TO THE PERFECT THAI IDIOT

In 1996, three Latin Americans wrote a best-selling book in Spanish which was later translated into English as Guide to the Perfect Latin American Idiot. Their main contention is that Latin American problems are not caused by outside influences as Latin Americans generally believe. Rather, they result mainly from actions of Latin Americans themselves. Correcting Latin American problems, therefore, must come from Latin Americans.

Ask Thais about the causes of last week's shameful event - or of any problems in Thailand for that matter - and they will readily point the finger somewhere else, never at themselves. I am a Thai so I am part of this well-practised response. But I now believe that if we continue with this long-running charade of self-deception, Thailand is on its way to becoming a failed state shortly.

We present Thailand as the Land of Smiles full of gentle Buddhists. We regularly give alms to monks and often make donations to temples, believing that those are selfless acts for the welfare of others. Deep down, however, we do that only because we wish to get something in return - to go to heaven or have a richer next life. It is a trade, pure and simple, nothing kind or selfless about it. Few of us give for the sake of giving. We are basically very selfish. Every time we go to the temple or attend a Buddhist ceremony, we duly accept and recite the Five Precepts as a guide to our daily lives, but we leave them there, as we always make promises without ever intending to keep them. Actually, we understand little about Buddhism. Even among the ranks of the monks, most do not know the teachings in-depth and lead their lives accordingly - all they know is how to conduct ceremonies from which they earn easy income.

This reflects something deeper - we are generally lazy and like to take short-cuts to the sabai (do-nothing) state. Lottery tickets, therefore, always sell out at premium prices; prostitution is rampant and young women readily marry foreign pensioners. We love to talk but rarely listen. Even when we do, we often fail to hear, as we never learn to think critically. We cannot put up with different points of view nor can we work cooperatively. Many of the over 30,000 Buddhist temples were built next to one another because when we disagreed with one, we just built another. That the cooperative movement has never been successful here is another indication of our inability to tolerate different points of view.

We readily forgive, so we believe, as our most common utterance is mai pen rai (it doesn't matter) when someone makes a mistake. But that is only a reflection of the culture of indifference and ready rationalisation. We can always cite a well-known proverb, a famous poem or a sage's sharp utterance to justify everything we do. We complain so much about corruption. But we do little about it. Worse, we keep electing the same corrupt politicians because they have money and influence from which we hope to benefit. Survey after survey shows that the majority of us do not mind corruption as long as we get something out of it. One of the surveys last year showed that almost 85% of us believed that cheating was a normal business practice, making us practically a nation of thieves.

When I raised the matter in this column, I received the angriest responses from fellow Thais, using expressions so colourful that they should not be printed nor uttered within earshot of other humans. This long-running self-deception has created so much moral deficit, to employ Joseph Stiglitz's terminology, that has put Thailand into a state of moral crisis for some time now. Some of the symptoms of this state are the economic crisis of 1997 and the protests culminating in last week's events.

Of course, we will never admit this, for we are perfect and will continue to be very angry when a foreigner utters something non-complementary about us. But I do hope that the events of last week shock most of us into re-examining ourselves, our values, and start reducing the moral deficit as well as trying to generate some moral surplus: doing more genuinely voluntary work for the common good similar to the street cleaning carried out by Bangkokians last weekend, but on a regular basis.

zondag 23 mei 2010

Ramptoerist

Zondag functioneerden metro en
skytrain weer. Voor mij een teken dat de situatie na de zinloze geweldsuitbarsting van woensdag weer redelijk genormaliseerd is. Nu Bangkok weer veilig is, of in ieder geval lijkt, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer
bedwingen en ondernam de trip naar Ratchasaprong, het epicentrum van de protesten. En verdomd, ik was bepaald niet de enige die de schade kwam opnemen. Het was een drukte van belang en iedereen wilde natuurlijk foto's maken.
Logisch.

Toch komt het op mij vreemd over als mensen met een brede glimlach gaan staan poseren met een afgefikt Zen Central World op de achtergrond. Say cheese. Niet alleen Japanners (verassend) en Koreanen, maar ook Thai zag ik dit doen. Alsof ze voor de Taj Mahal of Eifeltoren staan. Zo leuk is dit toch allemaal niet? Typisch Thais om net te doen of het er allemaal niet zo toe doet. Mai penrai.

De Thai kwamen echter niet alleen om te kijken, ook om de handen te laten wapperen. Het gebied rond Central World heeft langer dan een maand als een soort festival terrein gefungeerd. Dat geeft nogal wat rotzooi. Nou was de puinhoop na een paar dagen wel opgeruimd, maar het wegdek kon nog wel een sopje gebruiken.

Vele burgers stonden klaar met bezems om aan de slag te gaan. Er kwam een grote, gele reinigingswagen aan en vanuit de tank werd water op het wegdek gespoten. En daar gingen ze met zijn allen. Eensgezind werd de straat schoon geboend. Onder het motto 'Together we can'. Tegen de tijd dat de schoonmakers van de reinigingsdienst arriveerden, was de klus al bijna geklaard. De menigte werd hartelijk bedankt voor de inzet en er werd luid gejuicht. Stukje trauma verwerking wellicht.

Tussen alle Thaise schoonmakers ontdekte ik welgeteld één farang. Zijn verrichtingen heb ik op video vastgelegd. Nou ja, verrichtingen. Hij stond er wat verloren bij. Als jullie je afvragen wat mijn bijdrage dan wel was: de beste stuurlui staan in Thailand niet aan wal, maar op de loopbrug van de skytrain om te kijken af alles wel goed gaat. Gewichtige taak. Vergis je niet. Gelukkig hoefde ik niet in te grijpen, maar het was toch maar goed dat ik er stond. Ik keerde dan ook zeer voldaan huiswaarts.

woensdag 19 mei 2010

Bangkok burning

Vandaag heeft het leger dan
eindelijk de rebellen verdreven, nadat soldaten met tanks door de barricaden waren gereden. Er was geen hoop meer dat de red shirts en de regering in onderhandelingen dichter bij een compromis zouden kunnen komen.

Thaksin bemoeide zich de afgelopen dagen na een periode van stilte weer openlijk met de zaak. Hij stookt regelmatig het vuurtje op middels video toespraken vanuit Dubai of Montenegro, twee van de selecte groep plaatsen waar zijn aanwezigheid getolereerd wordt. Zoals het een goed manipulator betaamt, hult hij zich vervolgens in stilzwijgen zodra het tot geweld komt. Volgens eigen zeggen om niet de indruk te wekken dat het hem om zijn eigen belang te doen is...

Toen Mister T, zoals hij hier vaak genoemd wordt, zelf aan de macht was, lapte hij alle democratische regels aan zijn laars. Daarmee doel ik nog niet eens op zijn bekende corruptie praktijken. Hij liet honderden vermeende drug dealers zonder proces doodschieten. Hij maakte media monddood door ze op te kopen en de kritische journalisten te ontslaan.

Toen internationale organisaties als Amnesty International en Verenigde Naties aan de bel trokken, kregen ze te horen dat ze zich met hun eigen zaken dienden te bemoeien. Zijn letterlijke, denigrerende woorden waren destijds: "The UN is not my father". Het is dan ook buitengewoon ironisch dat hij begin deze week het nieuws haalde door zijn oproep aan de VN om zich in het conflict te mengen en het volk te beschermen tegen de gruweldaden van het leger. Je kunt je het hoongelach van de tegenstanders van de red shirts ongetwijfeld voorstellen.

Zoals te verwachten was, hebben de red shirts zich vandaag gedragen als kleine kinderen die hun zin niet krijgen. Voor het verlaten van het door hen bezette toeristische centrum hebben ze de boel zoveel mogelijk in de fik gestoken. Vanaf mijn balkon zag ik niet alleen de rookpluimen, ik kon het vuur zelfs ruiken. Bangkok stond vanmiddag letterlijk in de brand. Een paar dagen geleden was de rook die ik zag van autobanden. Nu ook van gebouwen en auto's. Central World is niet meer. Het een na grootste winkelcentrum van Azie is verwoest door vlammen. De grote winkelketens kunnen wel een stootje hebben. De kleine ondernemers en de vele werknemers niet. Allemaal in naam der democratie...

De woede richtte zich ook op de media. De red shirts zijn van mening dat de media de rest van het land en de wereld tegen hen hebben opgezet. Ze portretteren zichzelf graag als vredelievende underdogs die geen vlieg kwaad doen. Dan komt het niet lekker uit als de media beelden tonen van red shirts met granaten, geweren en molotov cocktails. Medewerkers van enkele kranten moesten vanmiddag in allerijl geevacueerd worden. Het kantoor van Channel 3 werd in de brand gestoken. Doet me denken aan de afscheidsrede van Louis van Gaal bij de KNVB:
Red shirts...PLUS.
Regering...MIN.
Media...MINMIN!

Het geweld breidt zich momenteel uit tot andere delen van Thailand. Op het platteland werden overheidsgebouwen in de brand gestoken. De regering heeft halverwege de middag een curfew (avondklok) aangekondigd voor Bangkok en een aantal andere provincies. Tussen 20.00 en 6.00 uur de volgende ochtend mag niemand zich op straat begeven, zelfs ik niet. Dit leidt tot vreemde taferelen. Toen ik om 17 uur naar buiten ging om genoeg eten voor de avond in te slaan, was de shopping mall met Tesco al dicht. De buurtsupers van 7Eleven waren nog wel open, maar de rij stond tot buiten de deur. Gezien de volle tassen van de mensen die de winkels verlieten, had ik geen hoop dat er nog een zakje wokkels voor mij over zou blijven. Ook de eettentjes sloten in rap tempo. Gelukkig vond ik er nog net een waar ik de allerlaatste klant was. De Thai zijn hoffelijker in het delen van materiele zaken dan westerlingen, dus ik hoop dat er vanavond niet veel mensen zonder eten zitten.

Op televisie wordt vanavond op alle zenders tegelijk hetzelfde live programma uitgezonden, waarin het land op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen. Men probeert tussen de verslaggeving door de gemoederen wat tot bedaren te brengen met mierzoete filmpjes over vaderlandsliefde, een Thaise specialiteit. De begeleidende vioolmuziek alleen al doet de tranen in je ogen springen.

Op straat barstte het eind van de middag van de bedrijvigheid, die zeer chaotisch aandeed. Niet op een dreigende manier, zo erg is het ook weer niet. Toch heerst er een wat paniekerige sfeer. Op vele gezichten is de verwarring af te lezen, terwijl er normaal gesproken behalve een glimlach niet zoveel aan een Thais gezicht af te lezen valt. Het land verkeert in grote radeloosheid. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en niemand weet wat de dag van morgen zal brengen. Gelukkig heb ik voor vanavond een bordje spaghetti en drie biertjes in de koelkast. Morgen zie ik wel weer verder.

maandag 17 mei 2010

Van uw politiek correspondent

Toch maar weer even over de
politieke situatie, ook al verveel ik sommigen er wellicht mee. Omdat het een steeds grotere impact op mijn leefomstandigheden heeft. Omdat ik later wellicht nog eens terug wil lezen hoe ik het beleefd heb. Omdat het er naar uitziet dat het conflict nog lang zal duren.

Tot voor kort waren de problemen beperkt tot een duidelijk gedefinieerd gebied. De gewelddadigheden konden nog onder de noemer incidenten geplaatst worden. Dat mijn werk toevallig op steenworp afstand van de scheidslijn tussen rood en leger lag, was ongemakkelijk en in potentie gevaarlijk, maar zodra ik in de metro op weg naar huis zat, had ik er geen last meer van.

Sinds donderdag is de situatie veranderd. Gewelddadigheden zijn structureel geworden en vinden ook buiten het 'festivalterrein' van de red shirts plaats. Vandaag ging ik even richting centrum en zag ik de dikke rookpluimen boven de hoogbouw uitkomen. Mijn sportschool was voor de zekerheid gesloten en een rondje joggen in het park was ook niet mogelijk. Tijdens mijn wandeling terug naar huis hoorde ik met grote regelmaat explosies en beschietingen. De regering heeft maandag en dinsdag tot vrije dagen uitgeroepen. Een soort ijsvrij, maar dan anders.

Hoe heeft het allemaal zover kunnen komen? Thailand wordt sinds jaar en dag beheerst door een selecte kliek, die de arme plattelandsbevolking volledig buiten spel houdt. Deze accepteert het niet langer.

De red shirts schreeuwen al twee maanden om democratie in Bangkok. Premier Abhisit heeft meerdere malen verkiezingen aangeboden, in combinatie met een pakket aan veranderingen die de armen ten goede komen. Indien democratie en economische vooruitgang voor het volk daadwerkelijk bovenaan de agenda van de leiders van de red shirts stonden, hadden ze dit aanbod geaccepteerd. Ze hebben echter niet eens serieus onderhandeld.

Hun grote leider Thaksin verblijft in het buitenland omdat hij tot een gevangenisstraf veroordeeld is. Bovendien is ruim de helft van zijn vermogen door rechters geconfisceerd. Hij heeft niets aan democratische processen. De enige manier voor hem om terug te keren, lijkt een machtsgreep.

Zijn handlangers, die in Bangkok de demonstraties leiden, hebben inmiddels ook zware straffen boven hun hoofd hangen, vanwege hun verantwoordelijkheid voor de illegale bezetting van het centrum en daaruit voortkomen ongeregeldheden. Ook zij zullen de dans niet ontspringen indien democratie zijn beloop krijgt.

De in rode shirts gehulde demonstranten worden al weken lang geindoctrineerd door dagelijkse speeches. Propaganda met een hoofdletter P, ik heb het zelf aangehoord. Je kunt van de grotendeels onopgeleide menigte niet verwachten dat ze het woord democratie kunnen spellen, laat staan dat ze bevatten wat er allemaal gebeurt.

Het leger is veel te laks geweest en heeft het al die tijd laten gebeuren dat mensen en goederen vrijelijk in en uit de rode zone konden bewegen. De red shirts hebben de zaken grondig aangepakt en zichzelf goed geinstalleerd, waardoor het nu moeilijk is om ze zonder geweld weg te krijgen, met de nu dagelijks oplopende dodentallen tot gevolg.

Het gebied is nu dan toch hermetisch afgesloten en de red shirts zullen waarschijnlijk stukje bij beetje worden verdreven. Maar dan? Zal het geweld vervolgens in de provincies oplaaien, waar de terroristen door de grotere spreiding moeilijker te bedwingen zijn? Krijgen we willekeurige aanslagen in Bangkok? Gaat het leger de macht weer overnemen, net als in 2006 toen ze ondubbelzinnig aantoonden van regeren geen kaas te hebben gegeten?

De red shirts willen nu ineens praten over een oplossing. Too little, too late, wat premier Abhisit betreft. Hij is lange tijd coulant geweest ten aanzien van de illegale bezetting van het centrum, die enorme economische schade aanricht. Hij heeft zijn hand aangereikt en een heel pakket aan actiepunten aangeboden, zeer tegen de zin van zijn eigen partij. De red shirts wilden die wel accepteren, maar weigerden de bezetting van het centrum te staken.

Dat is tekenend voor hun I want it all, and I want it now mentaliteit. Ze roepen op tot democratie, maar tonen zich volledig onbereid tot enig compromis. Als je alle handelingen van de red shirts leiding tijdens de afgelopen maanden op een rijtje zet, kun je volgens mij alleen maar concluderen dat ze uit zijn op een machtsovername. Je kunt van de regering met geen mogelijkheid redelijkerwijs verlangen dat ze met alle eisen akkoord gaan. Nu schreeuwen de rebellen letterlijk moord en brand, omdat de regering orde op zaken probeert te stellen. De regering heeft echter de plicht om de orde te handhaven en anarchie tegen te gaan.

Ik begrijp de frustratie van de arme bevolking. De gevestigde orde heeft ze al generaties lang in hun sop laten gaar koken. Hoewel de aanstelling van Abhisit volgens mij niet onrechtmatig was, vind ik hun eis tot nieuwe verkiezingen legitiem. Thailand moet een nieuwe start maken. Het zal lang duren om de cultuur van corruptie en klassejustitie uit te bannen, maar je moet ergens beginnen en de tijd is er rijp voor, nu het volk steeds mondiger wordt en er moderne leiders als Abhisit opstaan.

De leiders van de red shirts hebben er echter voor gekozen om de handreiking van Abhisit niet te accepteren. Gedreven door eigenbelangen, dat staat voor mij als een paal boven water. Daarmee laten ze Abhisit en zijn regering geen andere keuze dan hard op te treden, en wordt de kloof binnen de Thaise samenleving nog groter dan hij al was. Wellicht zullen de ontwikkelingen leiden tot het aftreden van Abhisit. Onder een opvolger zullen de red shirts ongetwijfeld minder goed af zijn.

Thailand had dit jaar een belangrijke stap vooruit kunnen maken richting een moderne, rechtvaardige samenleving. De red shirt leiders hebben de belangen van hun aanhang echter verkwanseld en gebruiken ze bijna letterlijk als menselijk schild om zich niet te hoeven verantwoorden voor hun rol in de huidige chaos. Daarmee storten ze het land in een diepe crisis, waaruit momenteel niemand een uitweg lijkt te zien.

Tot zover Ferry Mingelen vanuit Bangkok. Over naar de studio in Hilversum.

vrijdag 14 mei 2010

Vietnam trip

Komend weekend zou mijn visum weer eens aflopen. Ik heb geen werkvergunning en moet iedere drie maanden een nieuw business visum aanvragen op een ambassade in het buitenland. Tot nu toe had ik steeds een buitenlandse trip vlak voordat mijn visum afliep. Dit keer echter niet en moest ik dus speciaal voor een nieuw visum in het vliegtuig stappen. Ik ben sinds een paar weken een eigen afdeling aan het opzetten, waarvoor ik ook budget verantwoordelijkheid draag. Ik let dus op de kleintjes en besloot naar Vietnam te vliegen, wat goedkoper is dan trips naar Singapore en Kuala Lumpur. Bijkomend voordeel is dat Ho Chi Minh City ook een stuk leuker is.

In Vietnam aangekomen had ik helaas de verkeerde taxi chauffeur te pakken. Ik had afgesproken dat hij netjes zijn meter aan zou zetten. Die stond echter al op een behoorlijk bedrag en hij liet hem lekker doorlopen. Bij het verlaten van het vliegveld wilde hij 10.000 Dong hebben, terwijl ik al vernomen had dat dit 2.000 Dong kost. Bij de Thaise ambassade aangekomen rekende ik hem voor hoeveel ik hem schuldig was: 76.000 Dong. Meneer beweerde bij hoog en laag dat hij niet terug had van mijn biljet van 100.000. De zielige verklaring was dat hij al vanaf 6 uur bij het vliegveld had gestaan en dat ik pas zijn eerste klant was. Waarom de meter bij aanvang van mijn rit dan al op 194.000 stond, kon hij me niet uitleggen. Hij was ook te beroerd om te gaan wisselen en gaf mij zijn autosleutel als borg mee. Nadat ik ergens gewisseld had, wilde hij alsnog 5.000 Dong meer hebben. Uiteindelijk maar betaald om ervan af te zijn. We hebben het hier over bedragen van niks, 19.000 Dong staat gelijk aan 1 US Dollar, maar ik hou er niet van om belazerd te worden.

Met een slecht humeur stapte ik de ambassade binnen. Ik had in Bangkok al op de site van de Thaise ambassade in Ho Chi Minh City gekeken hoeveel een visum kost. Geheel volgens Thais gebruik gaat die site echter niet verder dan de openingstijden en een foto van de ambassadeur himself. Het is maar net wat je als beheerder van de site belangrijk vindt. Dus had ik Thai Baht en Singapore Dollars meegenomen, die ik toch nog thuis had liggen. Kon ik die altijd even bij de dichtst bijzijnde bank omwisselen in Dong of US Dollars. Verkeerd gedacht. Een visum dient in US Dollars te worden afgerekend en banken in Vietnam mogen wel Dollars innemen, maar niet uitgeven. Typisch staaltje Thais vernuft weer, visa laten betalen in een munteenheid waar je nauwelijks aan kunt komen. Moest ik in een taxi naar de andere kant van de stad om bij een wisselkantoortje Singaporese Dollars naar Amerikaanse om te zetten.

Een uur later stap ik met een nog slechter humeur de ambassade weer binnen. Ik overhandig de documenten die ik altijd mee krijg van onze lieftallige secretaresse en verneem dat er een brief van het Ministry of Labour ontbreekt. In Singapore en KL doen ze daar nooit moeilijk over, maar de dame achter de balie is onverbiddelijk. Ik heb nog iets meer dan een half uur om de zaak te regelen. Snel skypen naar Bangkok dus. Ze legt me uit waar ik een internet cafe kan vinden. Vlakbij zie ik inderdaad een groot bord met internet bij een klein steegje. Ik loop erin en zie alleen een klein eettentje, vraag naar het internet cafe en krijg te horen dat die er niet is.

Ik snel weer de straat op. De tijd dringt. Een taxi chauffeur weet raad. Na ruim 5 minuten rijden, wijst hij naar een gebouw met een rolluik ervoor. Daar was voorheen toch echt een internet cafe, meldt hij verontschuldigend. Ik betaal hem en stap snel uit om een klein stukje terug te lopen. Ik had namelijk een restaurant gezien met een groot 'WIFI' bord erop. Ik loop naar binnen en vraag of ze wifi hebben. De serveerster kijkt me niet begrijpend aan. 'Internet', zeg ik. Nee, dat hebben ze niet. Ik neem haar mee naar buiten en wijs op het bord. 'Does that say Wifi?', vraag ik. 'Yes' bevestigt ze. 'But you don't have it?', vraag ik weer. 'No', antwoordt ze, schijnbaar zonder enige schaamte. 'That's great', zeg ik en been zwaar geirriteerd weg. Inmiddels is het me duidelijk dat ik het niet op tijd ga redden en ik besluit maar naar het hotel te gaan.

Hotel iPeace - moderne, doch zeer stupide naam - bleek zowaar over het geadverteerde wifi te beschikken. Na wat heen en weer gemail en geskype komt het nog in orde en de dame bij de ambassade blijkt de kwaadste niet als ze er geen probleem van maakt dat ik die middag buiten de officiele tijd nogmaals langs kom om mijn visum aanvraag in te dienen. Een hoop gedoe dus, uiteindelijk met goede afloop en ook nog als resultaat dat ze op mijn kantoor in Bangkok gaan proberen eindelijk een werkvergunning te regelen. De financiele resultaten van 2009 zijn van dien aard dat er een extra buitenlander op de loonlijst mag staan. Het zou erg prettig zijn als die trips naar ambassades tot het verleden behoren.

Mijn Vietnam trip was niet louter kommer en kwel. Negen jaar geleden heb ik als backpacker door Vietnam gereisd, waar ik enorm goede herinneringen aan heb. Mijn hotel ligt in de buurt waar ik destijds ook een paar dagen verbleef. Ik dacht dus vaak terug aan die goede oude tijd en verbaasde me over de grote veranderingen sinds toen. Net als Kao San Road in Bangkok heeft ook de backpacker wijk in het voormalige Saigon zich enorm ontwikkeld. Het gebied is groter en de hotels en restauranten zijn kwalitatief sterk verbeterd. Waar ik de echte Zuid-Oost Azie sfeer in KL en Singapore node mis, kom ik hier goed aan mijn trekken. Lekker chaotisch met al die brommertjes en hier en daar wat mooie overblijfselen uit de tijd dat Vietnam een Franse kolonie was.

Mijn Engelse collega Richard probeert sinds een paar maanden om InsightAsia in Indochina op de kaart te zetten en doet dat vanuit Ho Chi Minh. We zijn 's avonds met een maat van hem uit San Fransisco op stap geweest en dat was erg gezellig. Middels een ouderwetse kroegentocht heb ik een aardig deel van het nachtleven kunnen zien. Wat me opviel was dat er veel jonge expats rond liepen. In Bangkok zijn ook veel jonge Engelse leraren, maar die hebben vaak niet genoeg geld om regelmatig de bloemetjes buiten te zetten. In Vietnam is een biertje, gelukkig voor hun, een stuk goedkoper.

Ondertussen brak in Bangkok de hel los. Het engelengeduld van de premier was eindelijk op en de harde confrontatie tussen leger en red shirts is ongetwijfeld ook in Nederland prominent in het nieuws geweest. Tijdens de stapavond volgden we middels de telefoon van Richard de berichtgeving op internet (mijn telefoon kan alleen waar telefoons in een heel ver verleden voor bedacht zijn). Ik was er niet rouwig om dat ik even in Vietnam een biertje zat te doen. Zodoende was ik niet ter plekke om van nabij te filmen hoe de afvallige legerleider Seh Daeng een kogel in zijn kop kreeg. Ook van nieuwe acties dit weekend hoeven jullie geen beeldmateriaal te verwachten. Ik bedank ervoor om plaats te nemen in het rijtje van binnen- en buitenlandse journalisten die donderdag door kogels getroffen zijn en blijf uit de buurt. Ik laat de oorlog in het centrum voor wat het is en vermaak me wel in sportschool en sauna, en met de FA cup final en de kampioenswedstrijd van Barca op de buis. Voetbal is ten slotte ook oorlog.